ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2309
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Guinee binnen redelijke termijn
Eiser, van Guinese nationaliteit, werd op 30 maart 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft beoordeeld of de maatregel van bewaring in overeenstemming was met de wet en of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. Uit eerdere uitspraken en de feiten bleek dat de Guinese autoriteiten sinds 2009 slechts enkele laissez passers hadden verstrekt, waarvan de laatste in september 2010 een verversing betrof. Sindsdien zijn geen nieuwe laissez passers verstrekt, en er was geen zicht op uitzetting.
Verweerder stelde dat er wel zicht op uitzetting was en verwees naar gesprekken met Guinese autoriteiten, maar kon geen nieuwe informatie verstrekken. De rechtbank concludeerde dat de bewaring onrechtmatig was vanaf het begin, omdat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring, kende een schadevergoeding toe van €1.225,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €874,-.
Uitkomst: De bewaring werd onrechtmatig verklaard wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en de bewaring werd opgeheven met toekenning van schadevergoeding.