ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2582
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Guinee
Eiser, van Guinese nationaliteit en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 9 april 2011 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Tegen deze maatregel stelde hij op 12 april 2011 beroep in, tevens met een verzoek om schadevergoeding. De zitting vond plaats op 21 april 2011.
De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser gebruik had gemaakt van aliassen, mede omdat vingerafdrukken niet konden worden genomen door een beschadiging en onduidelijk bleef hoe Eurodac-controle had plaatsgevonden. Tevens was er geen redelijk uitzicht op verwijdering naar Guinee, omdat Guinese autoriteiten sinds 2009 geen toezeggingen meer hadden gedaan voor het verstrekken van laissez passers, hetgeen werd ondersteund door een recente uitspraak van de rechtbank te Roermond.
De nationaliteit van eiser was in de asielprocedure geloofwaardig geacht, maar niet officieel vastgesteld door Guinese autoriteiten. Verweerder had ook niet aangegeven twijfel te hebben over de nationaliteit of uitzetting naar een ander land te onderzoeken. De bewaring was daarom vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de bewaring en kende een schadevergoeding van €1115 toe. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten van €874.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.