Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Datum en tijdstip van de bevinding(en): 13 oktober 2023, omstreeks 12:30 uur.[…]
.
Beoordeling door de rechtbank
ernstigeopen wond. In het rapport wordt het uiterlijk van de wonden beschreven en door de toezichthouder geconcludeerd dat sprake was van ernstige open wonden, maar waarom de toezichthouder de wonden als ernstig kwalificeert wordt uit het rapport niet duidelijk. De toezichthoudend dierenarts heeft beschreven dat de wonden necrotische weefsel en/of granulatieweefsel bevatten, zoals ook ter zitting door de toezichthouder dierenartsen is benadrukt. Ter zitting is evenwel met de aanwezige dierenartsen vastgesteld dat zowel necrotisch weefsel als granulatieweefsel (vanwege de afwezigheid van zenuwweefsel) ongevoelig is. Dit maakt dat uit de aanwezigheid van deze weefsels bij een wond de rechtbank niet zonder meer kan concluderen dat het gaat om een
ernstigewond. Verder is in het rapport beschreven dat sprake was van ontstekingen bij de staartstompen, maar daaruit kan de rechtbank (zonder nadere toelichting) evenmin concluderen dat de wonden als ernstig waren te beschouwen. Ter zitting is door een van de toezichthoudend dierenartsen toegelicht dat ontstekingen op de staartstomp ook het ruggenmerg kunnen bereiken, wat een zeer ernstige situatie is aangezien dit in de buurt van het centrale zenuwstelsel is. De rechtbank acht het voorstelbaar dat zo’n ernstige situatie zich bij een ontstoken staartstomp kan gaan voordoen, maar dit gaat voorbij aan de beoordeling die in dit geval moet worden gemaakt, namelijk of ten tijde van het laden van de varkens (zichtbaar) sprake was van een ernstige open wond. Ten slotte is in het rapport nog verwezen naar onderdeel 3 van de Praktische richtsnoeren voor het bepalen van geschiktheid voor het vervoer van varkens, waaruit volgens de toezichthoudend dierenarts ook volgt dat de varkens niet mochten worden vervoerd. Dit onderdeel ziet op een categorie indeling in tekenen van staartbijten in relatie tot geschiktheid voor vervoer. Ter zitting is door de bedrijfsdierenarts van eiseres de indeling die de toezichthouder voor de vijf varkens in het rapport heeft gemaakt betwist, maar wat daar ook van zij, naar het oordeel van de rechtbank biedt een verwijzing naar dit onderdeel van de richtsnoeren in dit geval onvoldoende grond om vast te kunnen vaststellen dat bij deze varkens sprake was van een ernstige open wond.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 17 oktober 2024;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten van eiseres;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van een schadevergoeding van € 500,- aan eiseres.