Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juli 2019 in de zaken tussen
[Bedrijf A]([A]), te [Plaats],
[Bedrijf B]([B]), te [Plaats],
[Bedrijf C]([C]), te [Plaats],
[Bedrijf D]([D]), te [Plaats],
[Bedrijf E]([E]), te [Plaats],
[Bedrijf F]([F]), te [Plaats],
de Minister voor Medische Zorg, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 2, 4, 5, 6 en 7 en de bestreden besluiten 1 en 3 wat betreft de boete voor de overtreding van het Warenwetbesluit additieven;
- herroept de primaire besluiten van 22 december 2017 en herroept het primaire besluit van 15 december 2017, alle wat betreft de boete voor de overtreding van het Warenwetbesluit additieven;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de bestreden besluiten;
- bepaalt dat verweerder aan eiseressen ieder het door hen betaalde griffierecht van € 338 vergoedt (dus in totaal € 2.366);
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseressen tot een totaalbedrag van € 3.456.
Rechtsmiddel
Bijlage
– voor zover hier van belang – als volgt: