De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde meerdere leesmapondernemingen, waaronder eisers, bestuurlijke boetes op wegens het maken van afspraken die het kartelverbod schenden. Deze afspraken betroffen het onderling verdelen van klanten, het niet werven van elkaars klanten (gebiedsafspraken) en het instellen van een controle- en sanctiesysteem. Eisers stelden onder meer dat hun rechten van verdediging waren geschonden en betwistten hun betrokkenheid bij de overtreding.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een één enkele voortdurende overtreding met een mededingingsbeperkende strekking en dat ACM terecht de boetes aan eisers had opgelegd. De rechtbank verwierp de bezwaren over schending van rechten van verdediging en functiescheiding. Tevens werd vastgesteld dat de boetes binnen het wettelijke kader en de boetebeleidsregels waren vastgesteld, waarbij ACM de hoogte van de boetes had gemotiveerd en rekening had gehouden met de ernst van de overtreding.
Wel achtte de rechtbank het beroep gegrond voor zover het betrekking had op de hoogte van de boetes. De rechtbank matigde de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn met 15% en stelde de boetes vast op een lager bedrag dan door ACM oorspronkelijk was opgelegd. Daarnaast werd de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiser en eiseressen bevestigd. De rechtbank wees ook proceskosten toe aan eisers. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.