Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], wonende te [plaats] opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het verzet gegrond,
- verklaart zich onbevoegd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Opposant verzocht op 16 november 2015 om inzage in het dossier van zijn biologische dochter en informatie over de gezags-/voogdijsituatie. Verweerder, de William Schrikker Stichting, weigerde inzage te verlenen. Opposant stelde verweerder in gebreke en diende beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaarde zich op 9 mei 2016 onbevoegd om van het beroep kennis te nemen, omdat verweerder niet als bestuursorgaan kan worden aangemerkt onder het nieuwe regime van de Jeugdwet.
In het verzet betoogde opposant dat het verzoek om dossierinzage wel degelijk onder de Algemene wet bestuursrecht valt en verweerder als bestuursorgaan moet worden gezien. De rechtbank oordeelde echter dat met de inwerkingtreding van de Jeugdwet een ander wettelijk regime is ontstaan dat het bestuursrechtelijke kader uitsluit. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en deed met toepassing van artikel 8:55 Awb Pro ook uitspraak op het beroep, inhoudende dat de bestuursrechter onbevoegd is. Opposant wordt geadviseerd zich tot de civiele rechter te wenden via een verzoekschriftprocedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en verwijst opposant naar de civiele rechter.