ECLI:NL:RVS:2016:1140
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking AMK-dossier op grond van Wet op de jeugdzorg
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van het volledige dossier van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) betreffende een overleden persoon en haar drie kinderen. Bureau Jeugdzorg wees dit verzoek af en stelde dat de Wet op de jeugdzorg (Wjz) van toepassing is, die derogeert aan de Wob voor deze gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het inzage- en verstrekkingsregime van de Wjz geldt voor cliënten, waaronder ook de kinderen en ouders die onderwerp zijn van het AMK-dossier. Appellant voerde aan dat de Wjz niet van toepassing is omdat de betrokkenen geen cliënten zijn en dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 Awb Pro toepaste.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het begrip cliënt in de Wjz ruim is en ook geldt voor jeugdigen en ouders over wie een dossier is gevormd. De kinderen en ouders zijn cliënt in de zin van de Wjz, ook al verblijven de kinderen in het buitenland. Het dossier kan niet worden verstrekt zonder toestemming van de cliënt of wettelijke vertegenwoordiger, die ontbreekt. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van openbaarmaking van het AMK-dossier wordt bevestigd.