ECLI:NL:RBROT:2012:BY5391
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding telemarketingregels en BMNR-plichten
De rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiseressen boetes opgelegd kregen wegens overtreding van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet. De overtredingen betroffen het ongevraagd telefonisch benaderen van abonnees die ingeschreven stonden in het Bel-me-niet-register (BMNR) en het niet correct aanbieden van het recht van verzet en inschrijving in het BMNR tijdens gesprekken.
Eiseressen maakten bezwaar tegen de boetes en voerden onder meer aan dat de opstartproblemen van het BMNR en fouten van het ingeschakelde callcenter hen niet konden worden toegerekend, dat het gebruik van een IVR-script volstond voor de informatieplicht, en dat sprake was van schijn van vooringenomenheid en schending van artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiseressen verantwoordelijk zijn voor de naleving van de regels, ook als zij callcenters inschakelen, en dat het gebruik van een IVR-bandje niet volstaat; consumenten moeten tijdens het gesprek actief worden gewezen op het recht van verzet en inschrijving.
De rechtbank verwierp de stellingen over vooringenomenheid en schending van het EVRM, en oordeelde dat verweerder bevoegd was om zonder voorafgaande waarschuwing boetes op te leggen. De hoogte van de boetes werd passend geacht gezien de ernst, omvang en verwijtbaarheid van de overtredingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boetes gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen tegen de boetes wegens overtreding van de Telecommunicatiewet wordt ongegrond verklaard en de boetes worden gehandhaafd.