ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4032
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boeteoplegging OPTA wegens overtreding Bel-me-niet-register regels
OPTA legde verzoeksters, bestaande uit verschillende loterijen en hun holding, bestuurlijke boetes op wegens overtreding van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet (Tw), met name het ongevraagd bellen van abonnees die waren ingeschreven in het Bel-me-niet-register (BMNR). Tevens besloot OPTA het boetebesluit openbaar te maken. Verzoeksters maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit en uitstel van openbaarmaking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd omdat verzoeksters ondanks kennis van de regels toch abonnees in het BMNR ongevraagd benaderden. Het begrip toestemming is volgens de rechter duidelijk en staat los van het begrip gevraagde communicatie. Het ne bis in idem-beginsel werd niet geschonden omdat de boetes betrekking hadden op verschillende onderzoeksperioden. Ook het verzoek tot schorsing van de openbaarmaking werd afgewezen, omdat de reputatieschade niet zwaarder weegt dan het belang van transparantie en handhaving.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel in rechte stand zal houden en dat er geen aanleiding was tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen boeteoplegging en openbaarmaking door OPTA wordt afgewezen.