ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4159
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bezuijen
- Reekum
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling witwassen en deelname criminele organisatie in Air Holland-zaak
De rechtbank Rotterdam heeft op 7 december 2006 uitspraak gedaan in de Air Holland-zaak, waarin verdachte werd beschuldigd van witwassen van grote geldbedragen en deelname aan een criminele organisatie. De feiten vonden plaats tussen maart 2001 en april 2002, waarbij verdachte contant geld in diverse valuta's vervoerde en via tussenpersonen in het buitenland giraal maakte.
Verdachte werd vrijgesproken van valsheid in geschrift en enkele andere tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat de criminele herkomst van de gelden wettig en overtuigend was bewezen, mede op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad over het vereiste van een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Verdachte wist of moest redelijkerwijs vermoeden dat het geld afkomstig was uit misdrijven.
De rechtbank benadrukte de maatschappelijke impact van witwassen, dat criminele activiteiten faciliteert en de integriteit van het financiële verkeer aantast. Verdachte speelde een belangrijke rol binnen de organisatie, onder meer als financieel directeur van Air Holland, en was de schakel tussen investeerders en de criminele geldstromen. De strafmaat werd mede bepaald door eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De opgelegde straf is 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bedrag van ruim 6,2 miljoen gulden verbeurd verklaard. De rechtbank verwierp bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en bewijsuitsluiting wegens vermeende onrechtmatigheden in het onderzoek.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van ruim 6,2 miljoen gulden wegens witwassen en deelname aan een criminele organisatie.