ECLI:NL:RBOVE:2026:2739
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid vastgesteld door UWV
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem vanaf 10 april 2024 geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%.
De rechtbank heeft het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek beoordeeld, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 26 april 2024 als uitgangspunt is genomen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben overtuigend toegelicht dat eiser met zijn beperkingen in staat is vier geselecteerde functies te vervullen, met een urenbeperking van maximaal 6 uur per dag en 24 uur per week.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen zwaarder zijn dan vastgesteld, onder meer door cognitieve beperkingen en verminderde belastbaarheid, maar deze stellingen zijn niet met voldoende medische informatie onderbouwd. Ook is geen sprake van een medische afzakker, omdat vermindering van werkuren niet medisch onderbouwd is.
De rechtbank concludeert dat het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage terecht heeft vastgesteld op 16,35%, waardoor eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 10 april 2024. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geen WIA-uitkering toegekend vanaf 10 april 2024.