ECLI:NL:CRVB:2019:815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid op 42,92%
Appellante was werkzaam als medewerkster op een makelaarskantoor en heeft haar arbeidsomvang meerdere malen verminderd, uiteindelijk tot 24 uur per week. Na beëindiging van het dienstverband en een periode van ziekte is zij in aanmerking gekomen voor een loongerelateerde WGA-uitkering. In 2015 verzocht zij om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid wegens de diagnose ziekte van Bechterew.
Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 42,92%, met een maatmanomvang van 24 uur per week. Appellante voerde bezwaar aan tegen de geschiktheid van de geselecteerde functies, de omvang van de maatman en het ontbreken van een urenbeperking.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat er geen sprake was van een medische afzakker, omdat appellante niet op medisch advies minder is gaan werken. De verzekeringsartsen concludeerden dat een urenbeperking niet noodzakelijk was en de geselecteerde functies geschikt waren. De maatmanomvang van 24 uur per week werd als juist beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de oorspronkelijke beslissing van het UWV werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid 42,92% is en de WIA-uitkering ongewijzigd blijft zonder urenbeperking.