Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
curatoren,
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NEBO VASTGOED B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW POLDER GROND B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW POLDER INVESTMENT I B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NEW POLDER INVESTMENT B.V.,
5. de heer
[gedaagde 1],
6. de heer
[gedaagde 2],
7. de heer
[gedaagde 3],
Nebo c.s.,
Nebo,
NP Grond,
NP Investment I,
NP Investment,
[gedaagde 1],
[gedaagde 2], en
[gedaagde 3]genoemd.
1.De procedure
2.De feiten
[vennootschappen]), die aan elkaar gelieerd waren, bestonden onder meer in het verwerven van grond voor projectontwikkeling. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn bestuurders (geweest) in verschillende van de gefailleerde [vennootschappen] vennootschappen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
[naam]). Het gaat om een totaalbedrag van € 160.808,53. [2] Voor deze betalingen D-F hebben Nebo c.s. een specifiek verweer gevoerd. De rechtbank ziet aanleiding de vordering van de curatoren die ziet op deze betalingen D-F eerst te bespreken.
PGV) en dat de curator deze vordering ten dienste staat is in een constante stroom van rechtspraak bevestigd. [6]
bewust de keuze is gemaaktom deze bedragen voortaan door de buiten het [vennootschappen] concern gelegen rechtspersonen Nebo, NP Grond en NP Investment I te laten incasseren, waarbij ook daadwerkelijk de bedoeling was de geïncasseerde bedragen nimmer weer het [vennootschappen] concern in te laten vloeien. Tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak heeft [gedaagde 1] (evenals de raadsman van Nebo c.s.) toegelicht dat het oogmerk bestond om deze vermogensbestanddelen, maar ook andere, buiten het bereik te plaatsen van de Rabobank, die immers verschillende verhaalsmogelijkheden had op [vennootschappen] -vennootschappen, maar niet op Nebo c.s.
in beginsel– want er kunnen deugdelijke redenen zijn waarom dat toch niet het geval is – dat Nebo, NP Grond en NP Investment I betrokken zijn geweest bij een handelwijze die tot doel – en zeker tot gevolg – had dat aan [vennootschappen] -vennootschappen toebehorend vermogen (pachtgelden) buiten het bereik van die [vennootschappen] vennootschappen werd gehouden. Vanuit het perspectief van (op dat moment bestaande maar ook latere) schuldeisers van die [vennootschappen] -vennootschappen betekent dit dat mogelijkheden van verhaal op die [vennootschappen] -vennootschappen verminderd werd (en de schuldeisers aldus in verhaalsmogelijkheden benadeeld werden), in de mate waarin de pachtgelden voortaan bij Nebo, NP Grond en NP Investment I terechtkwamen. De rechtbank is van oordeel dat in het geval dat voor die vermogensonttrekking geen deugdelijke reden aanwezig was, er sprake is van een vermogensonttrekking die tegenover de gezamenlijke schuldeisers van de betreffende [vennootschappen] -vennootschappen een onrechtmatige benadeling in hun verhaalsmogelijkheden oplevert, en de curatoren in zoverre terecht uit hoofde van een PGV tegen de daarvoor verantwoordelijken (waarover meer, in rov. 4.23. e.v.) kunnen optreden.
bona fidewerkafspraak tussen vennootschappen die hoogstens – met het voordeel van de blik achteraf – als ongelukkig beleid kan worden gekwalificeerd, maar niet als onrechtmatig kan worden bestempeld.
- Kosten dagvaarding € 144,51
- Griffierecht € 2.277,00
- Salaris advocaat € 5.290,00 (2 punten à € 2.645)
- Totaal: