Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Drent Holding B.V., houdstermaatschappij van Drent Goebel B.V., verkocht in 2009 Nederlandse patenten voor € 2 miljoen aan Müller Martini. De opbrengst werd door de bank verrekend met haar vordering op het Drent-concern. Kort daarna werd Drent Holding failliet verklaard en werd een curator benoemd.
De curator vorderde aansprakelijkheid van de bestuurders van Drent Holding wegens onbehoorlijke taakvervulling en onrechtmatig handelen op grond van art. 2:9 BW Pro en art. 6:162 BW Pro. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde de bestuurders aansprakelijk voor onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke schuldeisers door het faciliteren van een selectieve betaling aan de bank.
De Hoge Raad bevestigt dat een curator namens gezamenlijke schuldeisers een vordering kan instellen wegens onrechtmatige daad (Peeters/Gatzen-vordering). De bestuurders hebben door het laten plaatsvinden van de transactie met de patenten en de verrekening door de bank hun eigen belangen gediend ten koste van de gezamenlijke schuldeisers, wat een ernstig verwijt oplevert.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de vordering van de curator niet onbegrijpelijk heeft uitgelegd als mede gericht op de gezamenlijke schuldeisers, en het beroep van de bestuurders wordt verworpen. De bestuurders blijven hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de gezamenlijke schuldeisers hierdoor hebben geleden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor onrechtmatige benadeling van gezamenlijke schuldeisers door selectieve betaling aan de bank.