Uitspraak
Eerste Kamer
Nr. 12.026
J.O-L.
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Johannes Eduard Cornelis van Rooy ,
f69.160,--, benevens de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 1976 tot aan de dag der voldoening;
f20.285,95, en
f20.285,95 op haar gefailleerde echtgenoot Van Rooy in compensatie kan brengen met de door de Curator in het faillissement van Van Rooy in conventie tegen Gatzen ingestelde vordering ten belope van ƒ 69.160,--.
ƒ1.175,--, waarvan te betalen:
ƒ75,--,
ƒ1.100,-- voor salaris;
ƒ2.379,65, waarvan te betalen:
ƒ57,90,
ƒ150,--,
ƒ21,75,
ƒ2.150,--, waarvan
ƒ2.000,-- voor salaris en
ƒ150,-- aan verschotten.
14 januari 1983.