Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
formeleverweren gevoerd:
Een strafrechtelijke vervolging op grond van het onderhavige dossier is in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.
Strafrechtelijke vervolging ter zake van artikel 194 Sr Pro is in casu in strijd met het ‘nemo tenetur-beginsel’.
ten aanzien van de context) het overzichtsproces-verbaal, de zaaksdossiers 6, 8 en 10 met onderliggende stukken, de getuigenverhoren van de curatoren, van 18 oktober 2018, 7 november 2018 en 12 en 13 december 2018, en (ten aanzien van verdachte) het aanvullende proces-verbaal genummerd 64375. Aan de zaaksdossiers liggen verschillende processen-verbaal van getuigenverhoren, processen-verbaal van ambtshandelingen (AMB’s) en stukken betreffende rechtshulpverzoeken (onder meer ten aanzien van België) ten grondslag. Voorts blijkt uit de brief van het openbaar ministerie van 24 januari 2020, pag. 3, welke onderliggende stukken (nog meer) deel uitmaken van het onderhavige dossier.
beperkteinbreuk op bijvoorbeeld zijn lichamelijke integriteit. [3]
afgedwongen wilsafhankelijkeinformatie. [5] Het oordeel over de vraag welk gevolg moet worden verbonden aan het gebruik van afgedwongen wilsafhankelijke informatie is aan de rechter die in een strafzaak moet oordelen. [6]
4.De bewijsoverwegingen
onderhavigestrafzaak is - in overleg met de (voormalig) raadslieden van de verdachten
geldige reden om niet(in persoon)
te verschijnen’.
geldige reden’had om niet in persoon te verschijnen op oproepingen en dat, wanneer wordt vastgehouden aan een verschijningsplicht in persoon, er sprake is van schending van artikel 8 EVRM Pro.
feit 3) alsook vanaf die datum (
feiten 1 en 2)) ten laste gelegd.
de schuldsaneringsregeling natuurlijke personenvan toepassing is.
ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing isverklaard en wettelijk verplicht is tot het geven van inlichtingen, of die op grond van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ten aanzien van een ander wettelijk verplicht is tot het geven van inlichtingen, hetzij zonder geldige reden opzettelijk wegblijft, hetzij weigert de vereiste inlichtingen te geven, hetzij opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen geeft.
voorwaardelijk opzetkan worden gerekend.
[bedrijf 2] wegens een onrechtmatige privé onttrekking door schuldenares een vordering op de schuldenares heeft van ruim 4,7 miljoen euro. Eind oktober 2014 is dit aan [bedrijf 2] toekomende bedrag ten onrechte op de bankrekening van schuldenares terecht gekomen. Uit de stukken blijkt tevens dat zij voor haar betalingsverkeer gebruik heeft gemaakt van een bankrekening op naam van haar zwager en dat zo ten behoeve van haar in totaal een bedrag van € 685.000,-- via deze bankrekening van haar zwager is gelopen. Uit de voorbeelden blijkt dat schuldenares niet te goeder trouw is.”
de schuldenares een verklaring zal moeten geven over haar vermogen over de periode voorafgaand aan haar aanvraag tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Zij heeft de bewindvoerder niet uit eigen beweging geïnformeerd ter zake [bedrijf 2] . Hiermee is sprake van een schending van de informatieverplichting.”
de met haar echtgenoot overeengekomen huwelijkse voorwaarden en staat van inbreng;
haar inkomsten en uitgaven;
de inkomsten van haar echtgenoot en inwonende kinderen;
haar bankrekeningen voorafgaand aan en na datum toelating tot de schuldsaneringsregeling;
de giften die zij tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling naar eigen zeggen voor levensonderhoud en rechtsbijstand ontvangt;
de waarde van de Mercedes Benz G500 die zij in eigendom heeft;
het wagenpark dat haar voor de onverdeelde helft zou/heeft toebehoren;
(de gang van zaken rondom) de akte van cessie van 11 november 2014, in welk kader de schuldenares voor datum toelating tot de schuldsaneringsregeling een tweetal vorderingen om niet heeft overgedragen aan [stichting 3] waarvan zij bestuurder is;
(de waarde van) haar certificaten in [stichting 1] , welke stichting aandelen houdt in [bedrijf 19] B.V., die vervolgens 50% van de aandelen in [bedrijf 20] B.V. houdt.”
Uit de stukken blijkt dat de schuldenares bij faxbericht van 26 januari 2017 aan de rechter-commissaris onder meer het volgende heeft bericht:
De enige uitvlucht die het slachtoffer heeft, is de vlucht in een aanvraag toegelaten te worden tot de WSNP. Dit om kostbare tijd te rekken. Tijd benodigt (het hof leest: benodigd) om na de rauwelijkse aanvallen een bodemrechter te kunnen laten oordelen over de vermeende vorderingen die curator (de curator 1] ten grondslag legt aan zijn verzoek tot faillietverklaring. Een afwijzing van het verzoek tot toelating tot de WSNP lag voor de hand. Ik voldeed immers helemaal niet aan de voorwaarden. Ik woon buiten Nederland en bestrijd de vorderingen. De tijd zou worden gewonnen door hoger beroep aan te tekenen tegen de voor de hand liggende afwijzing alsook cassatie. Ik zou een klein jaar de tijd kopen om een bodemrechter te kunnen laten beoordelen over curator (de curator 1] vermeende claims. Ik hoor niet in de WSNP en ik hoor niet failliet te worden verklaard. Het is een schande.”
een geldige reden had om- naar aanleiding van oproepingen van de bewindvoerder -
niet in persoon te verschijnen. Dit klemt temeer nu de mogelijkheid bestond om verdachte aan haar inlichtingenplicht te laten voldoen door gebruikmaking van alternatieve communicatiemiddelen als telefonie, e-mail en andere wijzen waarop gegevens kunnen worden verstrekt. Verdachte heeft daar ook - zij het in beperkte mate – gebruik van gemaakt.
zonder geldige reden opzettelijk wegblijven.’
in zoverredat verdachte terwijl op haar een schuldsaneringsregeling van toepassing was, zij geweigerd heeft om aan de bewindvoerder, mr. [bewindvoerder] , de vereiste en/of volledige inlichtingen te (doen) geven.
nietsmeer van verdachte vernomen.
geldige reden had’om geen gehoor gegeven aan de oproepingen van de curatoren om in persoon voor hen te verschijnen verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor al heeft overwogen ten aanzien van dit verweer onder feit 1 (het niet verschijnen en het verweer dat verdachte een ‘geldige reden had om niet te verschijnen’ naar aanleiding van oproepingen/ uitnodigingen afkomstig van de bewindvoerder).
partieelvrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde, ten aanzien van de verschijningsplicht en het ‘zonder geldige reden opzettelijk wegblijven.’
nietbewezen wat aan verdachte onder feit 3 is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
aan de bewindvoerder, mr. [bewindvoerder] te Best,
aan de curator(en) mr. [curator 1] te Eindhoven en mr. [curator 2] te Boxtel,
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
‘niet strafbaar hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen’.
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.