ECLI:NL:RBROT:2019:8536
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk bij vervolging verzekeringsfraude zonder eigen opsporingsonderzoek
De rechtbank Rotterdam behandelde een proefproces waarin de verdachte werd verdacht van verzekeringsfraude. Het onderzoek naar de feiten was uitsluitend uitgevoerd door medewerkers van de verzekeraar, zonder dat het Openbaar Ministerie (OM) zelf een opsporingsonderzoek had verricht. Het OM stelde ontvankelijk te zijn omdat het betrokken was geweest bij de begeleiding en vormgeving van het onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de begeleiding door het OM zich beperkte tot de wijze van verslaglegging en niet tot inhoudelijke bemoeienis met het onderzoek. Volgens de wet is opsporingsonderzoek het onderzoek onder gezag van de officier van justitie met als doel strafvorderlijke beslissingen. Het onderzoek van de verzekeraar viel hier niet onder omdat het gezag van het OM niet wettelijk was verankerd en de verzekeraar niet tot de opsporingsambtenaren behoort.
De rechtbank concludeerde dat het OM zonder een eigen opsporingsonderzoek, dat voldoet aan de wettelijke waarborgen, niet tot vervolging mag overgaan. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte. Hiermee werd benadrukt dat de wettelijke eisen voor opsporingsonderzoek strikt moeten worden nageleefd, ook bij fraudezaken met grote maatschappelijke belangen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een eigen opsporingsonderzoek.