Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
ten aanzien van de context) het overzichtsproces-verbaal, de zaaksdossiers 6, 8 en 10 met onderliggende stukken, de getuigenverhoren van de curatoren van 18 oktober 2018, 7 november 2018 en 12 en 13 december 2018, en (ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte] ) het aanvullende proces-verbaal 64375. Aan de zaaksdossiers liggen verschillende processen-verbaal van getuigenverhoren, processen-verbaal van ambtshandelingen (AMB’s) en stukken betreffende rechtshulpverzoeken (onder meer ten aanzien van België) ten grondslag.
uitzonderlijke gevallenplaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van de vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.
“Zoals vanmorgen telefonisch met u besproken zend ik U hierbij de vragenlijst van de FIOD alsmede de resterende vragenlijst van curator [curator 2] . (..) Indien de medewerking in de beantwoording van de door FIOD en curatoren gestelde vragen ertoe leidt dat het strafrechtelijk verwijt ex 194 Sr als het ware wordt geheeld, omdat alsnog die informatie naar onze beoordeling naar beste weten en kunnen van uw cliënt is verstrekt, zal ik voor dat feit een beslissing tot sepot nemen. Indien evenwel vastgesteld zou kunnen worden dat er geld en/of goederen zodanig aan de boedel zouden zijn onttrokken dat voldaan wordt aan de bestanddelen van de artikelen 341 - 343 Sr zal deze toezegging tot sepot niet gestand worden gedaan”;
bij de huidige stand van zaken niets voor voelde om [verdachte] te vervolgen wegens schending van art. 194 Sr Pro (..).”;
onthield van het doen van schriftelijke mededelingen;
uitdrukkelijk voorbehoudgedane,
voorwaardelijketoezegging tot sepot. De voorwaarden waren, kort gezegd, dat het verwijt ex artikel 194 Sr Pro door verdachte wordt “geheeld” en dat er geen sprake zou zijn van faillissementsfraude.
alleinlichtingen te verschaffen, zo dikwijls als hij daartoe wordt opgeroepen.
nemo tenetur-beginsel(het verbod op gedwongen zelfincriminatie) dat ligt besloten in artikel 6 EVRM Pro.
beperkteinbreuk op bijvoorbeeld zijn lichamelijke integriteit. [6]
afgedwongen wilsafhankelijkeinformatie. [8] Het oordeel over de vraag welk gevolg moet worden verbonden aan het gebruik van afgedwongen wilsafhankelijke informatie is aan de rechter die in een strafzaak moet oordelen. [9]
4.De bewijsoverwegingen
onderhavigestrafzaak is - in overleg met de (voormalig) raadslieden van de verdachten
Onderhavigezaak ziet slechts op het niet voldoen aan de inlichtingen- en verschijningsplicht ex artikel 194 Sr Pro.
verdachte heeft (voldoende) medewerking verleend en voldaan aan de inlichtingenplicht.
een geldige reden om niet te verschijnenaangezien hij, zodra hij zou verschijnen, in gijzeling zou worden genomen. Binnen het strafrecht geldt dat men zichzelf niet aan detentie hoeft te onderwerpen; het ontvluchten van gevangenschap blijft dan ook straffeloos. Dit sluit aan bij pressieverboden als het ‘nemo tenetur beginsel’ en het zwijgrecht van een verdachte.
verontschuldigbare onbewustheidten aanzien van de ongeoorloofdheid van de gedraging gehandeld, aldus de raadsman.
zijn weerlegbaar. Dit blijkt uit het volgende.
voorwaardelijk opzetkan worden gerekend. Het weigeren inlichtingen te verstrekken omvat een (voorwaardelijk) opzettelijke gedraging.
17 april 2013te Vught (naar aanleiding van het verzoek van curatoren een kopie te maken van de administratie van het concern en deze veilig te stellen):
“Ik hoor u, meneer [verdachte] , zeggen dat die administratie buiten uw eigen faillissement valt, maar ik moet u zeggen dat dat niet correct is. Wij moeten als curatoren vijf jaar terugkijken.”
15 mei 2013:
“Bij alle vragen die u stelt denk ik na of het geven van antwoorden betreffende uw vraag stakeholders of derden kan schaden. Als dat niet het geval is, dan geef ik antwoord en verstrek ik de gevraagde stukken. U mag mij niet verwijten dat ik niet probeer dat praktisch in te vullen. Ik hoor u, rechter-commissaris, zeggen dat u mij verwijt dat ik de beslissing maak die voorbehouden is aan curatoren en dat het aan curatoren is om die afwegingen te maken, eventueel via de rechter-commissaris. Ik kan u zeggen dat dat in dit geval helemaal niet kan omdat ik met rechten van derden te maken heb. Ik vind dat de grens ligt daar waar ik in privé failliet ben.”
ruimdient te worden uitgelegd; de gefailleerde dient ingevolge artikel 105 lid 1 Fw Pro
alleinlichtingen te verschaffen. [18]
26 augustus 2013te Vught:
“Ik hoor u, mr. [curator 2] , zeggen dat het voorstel op dag één al was om een kopie te maken van alle informatie. Ik kan u zeggen dat dat niet kan. Het betreft 157 vennootschappen en ik heb onder andere te maken met de belangen van allerlei stakeholders. Ik heb allerlei verantwoordelijkheden en daarom kan dat gewoon niet. (...).”
18 december 2013,in reactie op de vraag van curator [curator 1] : “
Waar bent u op dit moment ?”,heeft geantwoord: “
Ik vind het voor uw taakuitoefening niet relevant om dat te weten. (…)”. [20]
de weigering van verdachte om, hoewel wettelijk daartoe opgeroepen om te verschijnen voor de rechter-commissaris en/of de curatoren weigeren om gevraagde inlichtingen te verstrekken, in het bijzonder het niet mededelen waar hij woont.’ [21]
Alsdan zult u in bewaring worden gesteld. Vervolgens zult u door curatoren worden gehoord”; [23]
huidige woon- of verblijfplaats inclusief adres door te geven’ aan [curator 1] ; [24]
nooit een helder antwoord(heeft)
gegeven. Hij heeft wel telkens de opmerking gemaakt dat hij de Zwitserse nationaliteit heeft. Hij heeft nooit echt gezegd dat hij in Uden, België of Zwitserland woont.” [26]
Curatoren doen in het privé-faillissement van verdachte aanvullend aangifte van overtreden van de inlichtingenplicht, om aan te tonen dat die schending tot op heden (inmiddels 6,5 jaar na faillissementsdatum) onverminderd voortduurt, hetgeen geldt zowel voor het na te zijn opgeroepen ‘zonder geldige reden opzettelijk wegblijven’ als voor het na wettelijk te zijn opgeroepen ‘weigeren de gevraagde inlichtingen te verschaffen’.”
voortvluchtig is.’
structureel om de vereiste inlichtingen te verschaffen’waardoor de boedelkosten in de verschillende faillissementen (onnodig) oplopen (..). Dit, terwijl hij “
een luxe leven in Dubai leidt (maar curatoren weigert aan te geven waar deze levensstijl van wordt betaald)”.
De uitleg die u en uw curatoren geven aan ‘meewerken’ door mij betekent dat ik mij vrijwillig meld bij de curatoren om mij in bewaring te laten nemen. Dit in de wetenschap dat ik (...) voor de langst mogelijke termijn van een jaar gegijzeld – gestraft – zal worden om aansluitend niet meer naar huis en mijn gezin terug te kunnen keren, omdat ik niet beschik over een geldig paspoort.
zou kunnen - en op basis van art. 105 jo Pro. 106 Fw moeten - meewerken en bijdragen door - om te beginnen met uw echtgenote naar Nederland te komen zodat ik u beiden al mijn vragen kan stellen en u beiden aan uw wettelijke informatie- en medewerkingsplicht kunt voldoen. Gelet op het aantal transacties dat tussen 2008 en 2014 heeft plaatsgevonden tussen de concern vennootschappen waarvan u beiden bestuurder bent, dan wel bent geweest, verwacht ik dat u en ik wel enkele dagen zullen moeten inplannen om alle vragen beantwoord te krijgen. Voorts zou u in het kader van uw informatieverplichting de server met data van [bedrijf 1] en overige concern vennootschappen, die u al dan niet samen met uw echtgenote naar Dubai heeft overgebracht (laten overbrengen), voor mij toegankelijk kunnen maken.”
U bent hier niet op ingegaan.’ [37]
‘zich niet kon voorstellen dat de curator niet voldoende inzicht heeft.’ [38]
Uit het voorgaande, in samenhang met het correspondentieoverzicht en het overzicht van gestelde vragen/gegeven antwoorden, blijkt dat ondanks herhaalde verzoeken, verdachte telkens niet voldoet aan zijn inlichtingenplicht. Herhaalde oproepen om in persoon te verschijnen negeert hij. De curator heeft [verdachte] nog nooit in persoon ontmoet. [verdachte] weigert te komen op oproepen op basis van niet valide (juridische) argumenten en meent zijn eigen voorwaarden te mogen stellen alvorens hij op een oproep verschijnt.
In de trant van: ‘U zoekt het antwoord zelf maar uit.’
“
had de geest gegeven en deed niets meer; hij was bij het oud vuil gezet.’ [45]
in zoverredat hij geen inlichtingen
over zijn woon- en verblijfplaatsheeft verstrekt.
onvolledigis geweest.
geensprake is geweest van een
geldige redenom niet te verschijnen.
geldige reden om niet te verschijnen’bij de curator.
verontschuldigbare onbewustheidten aanzien van de ongeoorloofdheid van zijn gedragingen.
niet vast wilde zitten en dat hij daarom in Dubai zit’. [49]
voor/aan de rechter-commissaris in faillissementszaken mr. P.J. Neijt in de Rechtbank Oost-Brabant te ’s-Hertogenbosch zonder geldige reden opzettelijk is weg gebleven,
voor/aan de curatoren mr. [curator 1] te Eindhoven en mr. [curator 2] te 's-Hertogenbosch, opzettelijk heeft geweigerd deze curator(en) de vereiste inlichtingen te (doen) geven, door geen inlichtingen te verstrekken met betrekking tot zijn woon- en verblijfplaats, en zonder geldige reden opzettelijk is weg gebleven,
voor/aan de rechter-commissaris in faillissementszaken mr. P.J. Neijt in de Rechtbank Oost-Brabant te 's-Hertogenbosch, en/of
voor/aan de curatoren mr. [curator 1] te Eindhoven en mr. [curator 2] te 's-Hertogenbosch,
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
niet strafbaar hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen’. De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel – onder verwijzing naar haar eerdere overwegingen ten aanzien van de ‘geldige reden om niet te verschijnen’ – dat van een actuele concrete noodsituatie, waardoor verdachte een keuze heeft moeten maken tussen aan de ene kant naleving van de wet en aan de andere kant naleving van een maatschappelijke plicht, niet is gebleken.
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.