De werknemer was sinds mei 2022 ziek en ging in augustus 2022 ziek uit dienst. De bedrijfsarts stelde dat er geen benutbare re-integratiemogelijkheden waren, maar het UWV oordeelde dat de werkgever onvoldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren. De werkgever betwistte dit en voerde aan dat de bedrijfsarts een beoordelingsruimte heeft die niet door de verzekeringsarts mocht worden overschreden.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de Wet WIA en de Beleidsregels poortwachter. Zij concludeerde dat het UWV terecht had vastgesteld dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren en dat de bedrijfsarts zijn professionele marge had overschreden door te stellen dat er geen benutbare mogelijkheden waren. De medische gegevens en de functionele mogelijkhedenlijst van het UWV wezen op beperkte maar aanwezige arbeidsmogelijkheden.
De rechtbank stelde vast dat ook bij marginale arbeidsmogelijkheden van de werknemer van de werkgever verwacht mag worden dat zij re-integratie-inspanningen verricht. De werkgever had dit nagelaten, waardoor de verlenging van de doorbetalingsverplichting tot 7 mei 2025 terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de werkgever kreeg geen proceskostenvergoeding.