Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 januari 2026
- de akte uitlating tussenvonnis tevens wijziging van eis van [eisers]
- de akte van Dexia met productie 7.
2.2. De verdere beoordeling van het geschil
Beide overeenkomsten zijn op verzoek van [eisers] tussentijds beëindigd.
15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd.
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiser 1] c.s – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van de overeenkomst met contractnummer [nummer 2] , voorzien van de tekst:
“Adviseur [nummer 3] – [A] ”;
“Adviseur [nummer 3] - [A] ”;
‘het bezorgen van assurantiën, de bemiddeling bij hypothecaire leningen en andere financieringen, het verstrekken van adviezen inzake risicobeheer en bedrijfsvoering’,
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon maar dit niet is komen vast te staan;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
|beslissing)