Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, de heffingsambtenaar
Procesverloop
Aan het einde van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek in de zaken gesloten. Nadien zijn de zaken gesplitst, waarna in die zaken afzonderlijk uitspraak is gedaan.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Onjuist parkeertarief?
9.2. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar het standpunt heeft ingenomen dat niet een te hoog bedrag aan kosten is doorberekend en hij heeft hiertoe in de bezwaarfase het volgende kostendekkingsoverzicht overgelegd.
9.5. Eiseres heeft dit overzicht in beroep niet bestreden en heeft dus op geen enkele wijze deze kostenposten verder in twijfel getrokken. De heffingsambtenaar hoeft niet uit zichzelf (per specifieke post) inzichtelijk te maken hoe hij tot die raming is gekomen of te onderbouwen welke (specifieke) kosten zijn meegenomen in de begroting.
9.7. Aanvullend, en in reactie op het verweerschrift, heeft eiseres alsnog gesteld dat de heffingsambtenaar de verschillende posten in het hiervoor weergegeven overzicht overige kosten verdeelt over verschillende categorieën, maar dat betekent niet dat die posten automatisch kunnen worden meegenomen.Meer specifiek stelt eiseres dat de heffingsambtenaar ten onrechte de kosten voor invordering heeft doorgerekend in de kosten naheffing. Dat zijn, volgens eiseres, kosten die na de aanslag worden gemaakt en via de Invorderingswet en/of Kostenwet verhaald moeten worden. Ook het gebruik van fietsen en scooters door handhavers, of een deel van de politiekosten kunnen niet worden meegenomen. Tenslotte is de post ‘diversen’ zonder uitleg niet controleerbaar. De heffingsambtenaar heeft volgens eiseres onvoldoende inzicht gegeven in de overige kosten en deze kunnen niet gelden als kosten die gemaakt worden om de naheffingsaanslag op te leggen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op
10 december 2025