ECLI:NL:RBOBR:2024:5487
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Eindhoven
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 75,50 opgelegd door de gemeente Eindhoven wegens het niet betalen van parkeergeld na afloop van de betaalde parkeertijd. De rechtbank oordeelt dat eiser ontvankelijk is omdat hij eerst bezwaar heeft gemaakt en het beroep als natuurlijk persoon instelt.
Eiser bracht tijdens de zitting nieuwe argumenten naar voren over het ontbreken van een civielrechtelijke overeenkomst en de hoogte van de naheffingsaanslag, maar deze werden als te laat ingediend buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank overweegt dat het vaste rechtspraak is dat naheffingsaanslagen parkeerbelasting objectieve belastingen zijn zonder ruimte voor persoonlijke omstandigheden of verwijtbaarheid. De Hoge Raad bevestigde dit in een prejudiciële uitspraak van 25 oktober 2024 en stelde dat het evenredigheidsbeginsel niet toepasbaar is op deze gebonden besluiten.
De hoogte van de aanslag is vastgesteld volgens de geldende gemeentelijke verordening en wettelijke maxima. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.