Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Inleidende opmerkingen.
2.De voorafgaande veroordeling.
feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van witwassen, meermalen begaan door [medeveroordeelde 4] in de periode van 1 juli 2007 tot en met 29 september 2011, op de volgende wijze begaan:
[medeveroordeelde 4] heeft € 6.150.000,- geleend van [medeveroordeelde 2] ten behoeve van het verlenen van een financiering aan [bedrijf 6] ;
[medeveroordeelde 4] heeft € 6.150.000,- geleend aan [bedrijf 6] ;
[medeveroordeelde 4] heeft US$
13.500.000,- geleend van [medeveroordeelde 2] ten behoeve van het verlenen van een financiering aan [bedrijf 7] ;
[medeveroordeelde 4] heeft US$
13.500.000,- geleend aan [bedrijf 7] ;
[medeveroordeelde 4] heeft € 17.699.994,56 ontvangen als terugbetaling van leningen en heeft dit bedrag overgeboekt vanaf haar bankrekening naar de bankrekening van [medeveroordeelde 2] ;
feitelijk leidinggeven aan witwassen, begaan door [medeveroordeelde 2] in de periode van 24 oktober 2014 tot en met 26 mei 2017, op de volgende wijze begaan:
[medeveroordeelde 2] heeft € 4.500.000,- geleend aan [bedrijf 8] .;
feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd door [medeveroordeelde 2] in de periode vanaf de maand juli 2007 tot en met de maand november 2008. Het gaat om drie valse leningsovereenkomsten tussen enerzijds [medeveroordeelde 2] en anderzijds [persoon 1] , waarin in strijd met de waarheid wordt gesteld dat [persoon 1] € 6.150.00,-, US$ 13.500.000,-, en € 5.000.000,-, beschikbaar heeft gesteld aan [medeveroordeelde 2] ;
feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd door [medeveroordeelde 3] in de periode van 15 april 2010 tot en met 16 januari 2013. Het gaat in totaal om 11 valse facturen die in de bedrijfsadministratie van [medeveroordeelde 3] waren opgenomen;
feitelijk leidinggeven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, meermalen gepleegd door [medeveroordeelde 3] BV in de periode van 9 december 2011 tot en met 29 november 2016. Het gaat om onjuiste aangiften over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013 en 2015.
3.Het onderzoek van de zaak.
- op 22 oktober 2020 is de ontnemingsvordering d.d. 5 oktober 2020 uitgereikt;
- op 10 november 2020 heeft de eerste regiezitting plaatsgevonden in zowel de strafzaak als de ontnemingszaak;
- op 1 december 2020 heeft de rechtbank uitspraak gedaan ten aanzien van de ingediende onderzoekswensen. De rechtbank heeft voorts bepaald dat in de ontnemingszaak een schriftelijke conclusiewisseling zal plaatsvinden. Het onderzoek in de ontnemingszaak is voor onbepaalde tijd geschorst;
- op 18 mei 2021 heeft een aanvullende regiezitting plaatsgevonden in de ontnemingszaak;
- op 1 juni 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan ten aanzien van de ingediende onderzoekswensen;
- op 9 november 2021 is aangevangen met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, abusievelijk is ook een oproeping uitgegaan in de ontnemingszaak. De behandeling van de ontnemingszaak werd geschorst tot 7 juni 2022;
- op 20 januari 2022 hebben de officieren van justitie hun conclusie van eis ingediend;
- op 3 februari 2022 heeft de rechtbank, naar aanleiding van een verzoek van de verdediging, de procespartijen per e-mail nieuwe termijnen toegestuurd voor de nog in te dienen conclusies. Voorts is medegedeeld dat de eerder geplande inhoudelijke behandeling op 7 juni 2022 niet zal doorgaan;
- de verdediging heeft geantwoord bij conclusie van 10 mei 2022;
- bij conclusie van 7 juni 2022 hebben de officieren van justitie gerepliceerd;
- de verdediging heeft op 5 juli 2022 een conclusie van dupliek ingediend;
- de inhoudelijke behandeling was eerst gepland op 20 september 2022, maar de behandeling is door de rechtbank uitgesteld;
- de inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 9 mei 2023, waarna het onderzoek ter terechtzitting op 6 juni 2023 is gesloten.
4.Het standpunt van de officieren van justitie.
5.Het standpunt van de verdediging.
6.Het oordeel van de rechtbank.
.
op een andere wijze is verkregen en samenhangtmet het begaan van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het voordeel is behaald als gevolg van het gebruik van aan de belastingheffing onttrokken vermogensbestanddelen (ECLI:NL:HR:2021:1703). Nu juist dat het uitgangspunt vormt van de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie, zal de rechtbank het algemene verweer van de verdediging tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie afwijzen.
Ter zake van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten vindt artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing.”
7.De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
,-aan rente zou hebben ontvangen. [6] Op 26 september 2011 is de lening door [bedrijf 6] geheel afgelost. [7] Een paar dagen later heeft de aflossing van [medeveroordeelde 4] aan [medeveroordeelde 2] plaatsgevonden met als omschrijving “ [medeveroordeelde 4] .” [8]
€ 248.408,-(1/9 deel van € 2.235.671,-) toe aan [medeveroordeelde 4] en het overige aan [medeveroordeelde 2] , te weten
€ 1.987.263,-(8/9 deel van € 2.235.671,-).
€ 356.624,-(1/9 deel van € 3.209.615,-) toe aan [medeveroordeelde 4] en het overige aan [medeveroordeelde 2] , te weten
€ 2.852.991,-(8/9 deel van € 3.209.615,-).
€ 39.024,-(1/9 deel van € 351.219,-) toe aan [medeveroordeelde 4] en het overige aan [medeveroordeelde 2] , te weten
€ 312.195,-(8/9 deel van € 351.219,-).
€ 1.031.285,-(€ 989.285,- + € 42.000,-) aan opbrengsten uit de lening heeft ontvangen. Deze opbrengsten kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 6.827.790,-. Daarvan is € 5.796.505,- verkregen uit feiten gepleegd voor 1 juli 2011 en € 1.031.285,- verkregen uit een feit gepleegd na 1 juli 2011.
€ 41.233,-(1/9 deel van € 371.096,-) toe aan [medeveroordeelde 4] en het overige aan [medeveroordeelde 2] , te weten
€ 329.863,-(8/9 deel van € 371.096,-).
€ 340.000,-aan rente heeft ontvangen. [31] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 560.835,-(51,5 maand x € 10.890) aan rente aan [medeveroordeelde 2] is toegekomen. Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 87.660,-aan rente (incl. boeterente) van [persoon 2] heeft ontvangen. [37] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 100.000,- afgelost [40] en vervolgens op 12 februari 2016 het restant. [41]
€ 758.160,-(€ 484.660 + € 573.500 - € 50.000 - €100.000 -
€ 251.458,-(€ 198.379 + € 78.079 - € 15.000 - €10.000) aan (boete)rente heeft ontvangen. Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 350.000,-aan rente heeft ontvangen. [51] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 344.970,-aan (boete)rente heeft ontvangen. [54] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 825.000,-aan rente heeft ontvangen. Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 487.500,-aan rente heeft ontvangen. [58] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 145.833,-aan rente van [bedrijf 18] heeft ontvangen. [61] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 26.517,-. Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 281.500,-aan rente heeft ontvangen. [67] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 110.000,-aan rente heeft ontvangen. [70] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 146.904,- aan rente heeft ontvangen. [73] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 10.000,-. De lening was in oktober 2017 niet afgelost. [75]
€ 77.466,-aan rente heeft ontvangen. [76] Dit bedrag is te kwalificeren als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 2.1780.000/12) aan [medeveroordeelde 2] verschuldigd was. [80] Van tussentijdse aflossingen is niet gebleken. Dat betekent dat [medeveroordeelde 5] in de periode van 14 juni 2013 tot oktober 2017 een bedrag van € 560.835,- (51,5 maand x € 10.890) aan rente verschuldigd was.
€ 1.300,-. Dat betekent dat de rechtbank de notariskosten schat op een totaalbedrag van
€ 13.000,-.
€ 681.137,-(€ 1.316.250 -/- € 560.835 -/- € 61.278 -/- € 13.000). Deze winst kan worden aangemerkt als vervolgprofijt en daarmee als wederrechtelijk verkregen voordeel.
€ 175.000 + € 203.000 = € 378.000,-. Daar staat een schuld bij [medeveroordeelde 2] tegenover van
€ 270.000,- zodat een bedrag van € 108.000,- over blijft.
€ 108.000,-aan wederrechtelijk voordeel heeft genoten.
€ 2.156.000,-. [medeveroordeelde 6] is in de jaren daarna eigenaar gebleven van het vakantiepark en was dat nog steeds ten tijde van de inhoudelijke behandeling van de ontnemingszaak op
€ 5.954.036,-
€ 12.781.826,-
8.Vaststelling van het te betalen bedrag.
WVV [veroordeelde] uit andere feiten begaan na 1/7/2011:
€ 5.954.036,-
€ 6.985.321,-
€ 2.898.252,50
€ 9.883.573,50en zal bepalen dat [veroordeelde] ten aanzien van een deel van dit bedrag, te weten € 6.985.321,-, samen met haar mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is.
9.Gijzeling.
10.Toepasselijke wetsartikel.
11.De uitspraak.
€ 12.781.826,-;
€ 9.883.573,50ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat zij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan zij is veroordeeld en uit andere/soortgelijke feiten door haar begaan heeft verkregen;
€ 6.985.321,-hoofdelijk aansprakelijk zijn voor deze betalingsverplichting;