Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Deurne, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
66.595,60 m³ en het type bouwwerk uit de ROEB-lijst 2018 genoemd onder 5.8:
‘Hal hoger dan 9 m, opp. Tussen 5.000 en 10.000 m²’. Vermenigvuldigd met de bij categorie 5.8 genoemde prijs per eenheid inclusief 21% btw (€ 49,61) bedragen de bouwkosten € 3.303.808,71 inclusief btw. Toepassing van het bepaalde in artikel 2.3.1.1c van de Tarieventabel 2018 leidt dan tot een bedrag aan bouwleges van € 70.807,57
(€ 12.965 + 2,063% van € 2.803.808,71).
.Uit die door verweerder overgelegde feitelijke gegevens blijkt namelijk dat de voor de afzonderlijke groepen diensten die in de verschillende titels van de Legesverordening 2018 zijn opgenomen totale baten respectievelijk 85,23%, 64,56% en 25,98% bedragen van de daarmee per dienstengroep gemoeide lasten. Op het niveau van de kostendekkendheid van de gehele Legesverordening 2018 met bijbehorende Tarieventabel 2018 bedragen de totale baten blijkens het overzicht 69,98% van de totale lasten. Er is dus geen sprake van overschrijding van de opbrengstlimiet van de Legesverordening 2018 van de gemeente Deurne.
Beslissing
mr. C.F.E. van Olden-Smit en mr. I. Boekhorst, leden, in aanwezigheid van drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 14 februari 2020.
Rechtsmiddel
ROEB-lijst. Voor zover deze ROEB-lijst niet voorziet in een passende hoofdcategorie wordt uitgegaan van de in de aanvraag opgenomen bouwkosten. Onder bouwkosten worden dan verstaan, de aannemingssom als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) voor het uit te voeren werk, inclusief 21% omzetbelasting.