Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een legesnota van €16.586,64 voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfshal. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de legesnota vernietigd. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in.
Het hof oordeelde dat de legesverordening van de gemeente Asten niet onverbindend is en dat de opbrengstlimiet niet is overschreden. De heffingsambtenaar had voldoende inzicht verschaft in de ramingen van baten en lasten, en belanghebbende had de gegevens onvoldoende gemotiveerd betwist.
Verder werd geoordeeld dat de bouwkosten op juiste wijze waren vastgesteld aan de hand van de ROEB-lijst, waarbij de bedrijfshal grotendeels als systeembouw werd aangemerkt ondanks een klein gedeelte met gemetselde wandconstructie. Het verschil in inhoud van de hal tussen partijen werd niet aannemelijk gemaakt door belanghebbende.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Er werd geen griffierecht geheven en geen proceskostenveroordeling opgelegd.