Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 december 2020 in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
5. Voor zover eiseres van mening is dat sprake is van een motiveringsgebrek dan wel de bestreden uitspraak in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, slaagt die beroepsgrond niet. Volgens vaste rechtspraak leiden motiveringsgebreken dan wel onzorgvuldigheden niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak (zie de arresten van de HRvan 28 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5146, en 4 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5668). Eventuele motiveringsgebreken dan wel onzorgvuldigheden kunnen in beroep worden hersteld en hoeven niet op voorhand te leiden tot vernietiging van de aanslag.
.
19. Eiseres heeft in bezwaar een groot aantal vragen gesteld met betrekking tot de begroting die verweerder heeft ingebracht. Behoudens de door eiseres in beroep opgeroepen vragen met betrekking tot de zogeheten dotatie aan de voorziening riolering alsmede de posten overhead, doorberekening salariskosten, straatreiniging, en doorberekende kosten deurwaarder en flexibele schil, die volgens eiseres zijn terug te voeren op het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) 2017-2022, heeft verweerder op de overige vragen in de bestreden uitspraak, het verweerschrift en ter zitting genoegzaam gemotiveerd waaruit deze kostenposten bestaan en waarom deze terecht als ‘lasten ter zake’ in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen. Eiseres heeft de juistheid van de in dit verband door verweerder gestelde feiten – ook na discussie daarover op de zitting - verder niet (meer) betwist.
Eiseres heeft aangevoerd dat de gestelde dotatie aan de voorziening riolering niet als een last ter zake van riolering mag worden meegenomen omdat het verband ontbreekt tussen, althans geen inzicht is verschaft in, de aansluiting van deze dotatie en de voorgenomen vervangingsinvesteringen en/of onderhoudskosten. Eiseres wijst in dit verband op het arrest van 27 september 2019 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:1424). Omdat de dotatie daarmee niet als last ter zake van riolering in aanmerking mag worden genomen overschrijden de geraamde baten de lasten met minder dan 10% en zou volgens eiseres de verordening rioolheffing partieel overbindend zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak SHE 20/849 gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op [adres 1] te [woonplaats]
- verklaart het bezwaar gegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 354,-- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 786,-- (te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak);
- verklaart het beroep in de zaak SHE 20/2182 ongegrond.