Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 november 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
In dit geschrift zijn tevens voor het kalenderjaar 2018 de aanslagen onroerende zaak-belastingen (OZB) eigenaar, naar een grondslag van € 811.000, en OZB gebruiker, naar een grondslag van € 477.000 bekendgemaakt.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep, gericht tegen de hoogte van de opgelegde OZB gebruiker niet-woning, gegrond en vernietigt de bestreden uitspraak in zoverre;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- vermindert de aanslag OZB gebruiker niet-woning, naar een bedrag berekend naar een heffingsgrondslag van € 470.312;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op om het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.708.