Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB),
Procesverloop
Overwegingen
Aan eiser kan worden toegegeven dat door het hanteren van een gewogen bouwjaar de gehanteerde eenheidsprijs meer is toegespitst op de situatie van eiser. De door eiser ingebrachte nadere onderbouwing van zijn standpunt door middel van een zogenoemd gewogen bouwjaar, doet aan het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank echter niet af, omdat ook daarvoor geldt dat niet inzichtelijk is op basis van welke criteria een dergelijke weging dient plaats te vinden en het bouwjaar slechts één van de factoren is die bepalend zijn voor de vraag waar in de bandbreedte het te taxeren object thuishoort. In de manier waarop de andere factoren een rol spelen in de bepaling van de eenheidsprijs wordt door eiser geen inzicht gegeven. De rechtbank concludeert dat de alternatieve methode een incompleet middel is om de waarde te bepalen. Met het enkele verwijzen naar deze alternatieve methode, aangevuld met een gewogen bouwjaar, heeft eiser de waarde niet aannemelijk gemaakt.