Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Feiten
Naar aanleiding van mijn beoordeling van uw bezwaarschriften uit eerdere jaren heb ik uw aangifte inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2020 beoordeeld. Naar aanleiding van deze beoordeling informeer ik u als volgt.
Navorderen
Ik ben van mening dat sprake is van een kenbare fout als bedoeld in artikel 16 lid 2 onderdeel Pro c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna AWR). Zoals aangegeven is uw aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2020 niet beoordeeld, maar automatisch afgedaan. Nu er geen sprake is van een beoordelingsfout, maar van het automatisch opleggen van een aanslag conform de aangifte, is artikel 16 lid 2 onderdeel Pro c van de AWR van toepassing mits aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan, zo volgt (onder andere) ook uit de beslissing van Hof Den Haag [noot: ECLI:NL:GHDHA:2021:780]. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de beslissing van Hof Den Haag met toepassing van artikel 81 Wet Pro RO ongegrond verklaard [noot 3: ECLI:NL:HR:2022:437]. Naar mijn mening wordt aan het kenbaarheidsvereiste voldaan, nu de te weinig geheven belasting ten minste 30 procent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt. Daarom ben ik voornemens aan u een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2020, zonder vergrijpboete, op te leggen.”
Bij deze wil ik bezwaar maken tegen het navorderen van het belastingjaar 2020, de definitieve aanslag is correct. Het is teleurstellend dat het nodig is om na 4 jaar een definitieve aanslag van de belastingdienst weer te openen.
“1. Afwijking van de aangifte
Bijzondere situaties en te verrekenen voorheffingen
In verband met de verjaringstermijn voor het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting van 2018 ben ik genoodzaakt, ter behoud van rechten, de aanslag nu op te leggen.
Beoordeling door de rechtbank
- Is de navorderingsaanslag tijdig opgelegd?
- Was de inspecteur bevoegd om de navorderingsaanslag op te leggen?
- Heeft eiser op grond van artikel 15, derde lid, van het belastingverdrag met Zwitserland (het Verdrag) recht heeft op een voorkoming van dubbele belasting.