ECLI:NL:HR:2021:1981
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2015. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van vijf middelen. Vier van deze middelen faalden op de gronden die reeds waren vermeld in een eerder arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:1845). Het derde middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat het geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep ongegrond is en bevestigt daarmee de uitspraak van het gerechtshof. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 24 december 2021 in het openbaar uitgesproken door de vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Koopman.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.