ECLI:NL:HR:2022:437
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014, inclusief de beschikking omtrent belastingrente. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen inhoudelijke motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is besloten geen proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.