Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Feiten
“WAARDE SCHENKING
Blijkens een aan deze akte gehecht overzicht bedraagt de waarde van de aandelen: zeven miljoen achthonderdduizend euro (€ 7.800.000,00).
SCHENKINGSBEPALINGEN
1. met betrekking tot de onderhavige schenking komt onherroepelijk vast te staan dat
2. binnen vijf (5) jaar na heden wordt in strijd gehandeld met de voortzettingsbepaling
als bedoeld in artikel 35b lid 5 juncto artikel 35e van de Successiewet 1956, en/of
3. binnen vijf (5) jaar na heden wordt het faillissement aangevraagd van de
4. de begiftigde komt de hierna in deze akte vermelde doorgeefverplichting niet na.
DOORGEEFVERPLICHTING
(…)
Keuze voor de heffing via de loonheffingen of via de inkomstenbelasting
(…).
Schenking van aandelen
- Continuïteit van de onderneming.
- U bent de meest geschikte opvolger (sinds 2007 in dienst) en niet de zoon van [de schenker] .
- Bij overname zonder schenking verslechtert de financiële positie van de onderneming.
Standpunt loonvoordeel
Correctie
Er zal een correctie plaatsvinden van het inkomen uit werk en woning (box 1).
Beoordeling door de rechtbank
van de werkgevervormen, waarmee de werknemer (eiser) als zodanig is bevoordeeld. De inspecteur heeft weliswaar gewezen op het causale verband tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, maar een dergelijk verband alleen betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel aan de werknemer als zodanig heeft verstrekt. [6]
daardoorde schenking een vergoeding vormt voor bepaalde prestaties die eiser heeft verricht. Hoewel eiser sinds geruime tijd bij [het concern] werkzaam is, is opgeklommen tot directeur en ten tijde van de schenking in die functie bij [het concern] werkzaam was (zie 2.3.) – en de rechtbank in het licht van die feiten op zichzelf aannemelijk acht dat de schenker onder die omstandigheden tot de conclusie is gekomen dat eiser de meest geschikte bedrijfsopvolger is – heeft de inspecteur daarmee niet aannemelijk gemaakt dat het
overheersendemotief voor de schenking de bedoeling is geweest om eiser te bevoordelen voor diens prestaties. De rechtbank leidt uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, de notariële akte van levering en de feitelijke gang van zaken af dat de schenking in ieder geval voor een belangrijk deel is ingegeven met het oog op de continuïteit van de (onderneming van) [het concern] , vooral nu in de notariële akte een doorgeefverplichting is opgenomen (zie 2.4.). De getuigenverklaringen van de schenker vormen hier ook een bevestiging van.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. T. van de Bospoort, leden, in aanwezigheid van mr. A.A. van der Terp, griffier.