ECLI:NL:RBNNE:2022:3133
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hotel met toepassing HWK-methode en toekenning immateriële schadevergoeding
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een hotel per 1 januari 2019, vastgesteld op €2.223.000 door verweerder. Eiseres betwistte de gehanteerde taxatiemethode (HWK-methode volgens de Taxatiewijzer Hotels), de berekening van de kapitalisatiefactor, de onderhoudstoestand en het leegstandsrisico vanwege de Covid-19-pandemie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde voldoende aannemelijk had gemaakt met een taxatierapport van een deskundige taxateur, waarbij gebruik was gemaakt van eigen omzetcijfers en een onderhoudsaftrek van €400.000. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over de onjuistheid van de methode, het ontbreken van een plausibiliteitsverklaring en de onafhankelijkheid van de taxateur.
Ten aanzien van de Covid-19-pandemie overwoog de rechtbank dat de waardepeildatum vóór de uitbraak lag en dat er op dat moment geen gebruiksbeperkingen waren, waardoor het leegstandsrisico niet te laag was ingeschat. De historische aankoopprijs uit 2007 werd als te ver verwijderd van de peildatum niet meegenomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met 16 maanden, waarbij de vergoeding werd gematigd tot €750. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding van €750 toegekend.