ECLI:NL:HR:2000:AA8610
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling woning op koopsom bij WOZ-taxatie
Het College van burgemeester en wethouders van Maassluis stelde de WOZ-waarde van een woning vast op ¦ 202.000 voor de periode 1997-2000. Belanghebbende maakte bezwaar, waarna het Hof de waarde verlaagde naar ¦ 182.500, gelijk aan de koopsom van de woning op 1 augustus 1995.
Het College stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat volgens artikel 17, lid 2, van de Wet WOZ de waarde moet worden bepaald op de prijs die een meestbiedende koper zou betalen, en dat de gebruikte waarderingsmethode niet strikt gebonden is aan de door de Inspecteur gehanteerde methode.
De Hoge Raad oordeelde dat de koopsom kort na de peildatum in beginsel de juiste waarde weerspiegelt, tenzij anders aannemelijk wordt gemaakt. Het hof had dit juist toegepast en voldoende gemotiveerd. Het beroep van het College werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde wordt bevestigd op de koopsom van ¦ 182.500.