Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[A] , en
1.Procesverloop
2.De feiten
3.De vordering in conventie
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
€ 932,50(2,5 punten × € 373,00)
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een civiele procedure tussen [A] c.s. en Dexia Nederland B.V. over een effectenleaseovereenkomst die via NBG Finance tot stand kwam. NBG Finance trad als financieel adviseur op zonder de vereiste vergunning, terwijl Dexia dit wist of behoorde te weten. De rechtbank stelt vast dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door de overeenkomst te sluiten ondanks het ontbreken van een vergunning bij NBG Finance, in strijd met artikel 41 van Pro de Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer 1999.
Daarnaast heeft Dexia haar bijzondere zorgplicht geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor het restschuldrisico van het effectenleaseproduct. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in deze beoordeling. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de door [A] c.s. betaalde inleg verminderd met ontvangen dividend en fiscaal voordeel, vermeerderd met wettelijke rente.
De gevorderde vergoeding van een restschuld wordt afgewezen omdat [A] c.s. bewust de aandelen heeft overgenomen en bijbetaald. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde inleg met rente wegens onrechtmatig handelen en schending van zorgplicht.