ECLI:NL:GHARL:2016:9114
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- L.M. Croes
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: klachtplicht en verjaring bij zorgplichtschending
Appellanten sloten via bemiddeling van Afab een effectenleasecontract met Defam, waarbij aandelen werden gekocht en een restschuld ontstond die werd voldaan. In eerste aanleg werden hun vorderingen afgewezen wegens niet tijdig klagen over de zorgplichtschending.
In hoger beroep stelde Defam dat de dagvaarding nietig was en dat appellanten te laat hadden geklaagd. Het hof verwierp het beroep op nietigheid en oordeelde dat de brief van appellanten uit juli 2004 een duidelijke klacht bevatte over onvoldoende informatie en risico's van effectenlease, welke door Defam als klacht was behandeld.
Verder stelde Defam dat appellanten al in 2001/2002 bekend moesten zijn met de risico's en dus eerder hadden moeten klagen. Het hof oordeelde dat kennis van risico's niet automatisch betekent dat de consument op de hoogte was van de zorgplicht en dat de klachtplicht pas ontstond toen appellanten gerede aanleiding hadden om een tekortkoming te vermoeden.
Ook het beroep op verjaring faalde, omdat de vordering was gestuit door brieven van Leaseproces in 2006 en 2010. Het hof verwierp het verweer dat de volmacht van Leaseproces niet rechtsgeldig was en bevestigde dat de vordering niet was verjaard.
Ten slotte verwees het hof de zaak terug voor nadere behandeling, mede in verband met recente arresten van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van tussenpersonen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat appellanten tijdig hebben geklaagd en de vordering niet is verjaard, waardoor het geschil inhoudelijk opnieuw moet worden beoordeeld.