Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
de Ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Melding betalingsonmacht
€ 419.225
- i) Belanghebbende geeft aan dat hij in de periode dat hij bestuurder was, onvoldoende inzicht heeft gehad in de financiële positie van [bedrijf 1] en dat hij niet goed op de hoogte was van de openstaande belastingschulden;
- ii) Er is sprake van het regelmatig niet of te laat doen van aangiften omzetbelasting en loonheffing;
- iii) In de periode waarop de aansprakelijkstelling ziet is sprake van snel oplopende belastingschulden. In 2022 stuurt verweerder meermaals een overzicht van de op dat moment uitstaande belastingschulden;
- iv) Belanghebbende geeft in de verschillende overleggen na 1 mei 2023 telkenmale aan vanaf dat moment de lopende belastingverplichtingen te zullen gaan voldoen zodat de belastingschulden niet verder zullen oplopen;
- v) Belanghebbende geeft aan dat [bedrijf 1] geld naar andere vennootschappen in de groep heeft overgemaakt om deze vennootschappen van liquiditeiten te voorzien zodat deze andere vennootschappen aan hun verplichtingen kunnen voldoen;
- vi) Betalingen aan [bedrijf 3] B.V. betreffen volgens belanghebbende interne rekening-courant boekingen. Om loonkosten en logistieke ondersteuning te dragen worden middelen intern verplaatst binnen de groep;
- vii) Op de privébankrekening van belanghebbende is in de periode 14 augustus 2020 tot 3 augustus 2023 naast een netto salaris van € 253.108, in totaal per saldo een bedrag van € 470.459 door belanghebbende ontvangen van gelieerde vennootschappen, zonder dat uit de bankoverschrijvingen blijkt waarvoor deze vennootschappen de betalingen aan belanghebbende hebben gedaan.