Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Geschil
- verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de monumentale status van de onroerende zaak;
- verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de ondergemiddelde ligging van de onroerende zaak in een bloembollen- en kassengebied en naast een tennishal met horeca;
- het perceel dat bij de onroerende zaak hoort is niet 360 m2 maar 84 m2;
- de vergelijkingsobjecten hebben in tegenstelling tot de onroerende zaak een woonbestemming, zodat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de waardedrukkende bestemming van de onroerende zaak;
- eiseres betwist bij gebrek aan wetenschap of rekening is gehouden met verschillen tussen het onderhavige object, dat een ondergemiddelde staat heeft, en de vergelijkingsobjecten en dat de objectkenmerken van de referentie-objecten juist zijn.
- verweerder heeft niet voldaan aan de bewijslast. Geen IWOZ-kaarten zijn overgelegd op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de onderhoud, kwaliteit, uitstraling, doelmatigheid en voorzieningen van de referentie-objecten goed zijn onderbouwd.
.Daarmee heeft verweerder in beginsel de eindwaarde zoals deze nader is bepaald in de uitspraak op bezwaar deugdelijk onderbouwd. Dit behoudens het hierna vermelde.
20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF2256). Voorts acht de rechtbank het aannemelijk dat het ontbreken van een woonbestemming een waardedrukkend effect heeft, omdat een potentiële koper ermee rekening heeft te houden of de gemeente als uitgangspunt het bestemmingsplan zal willen handhaven dan wel de woonbestemming weer toekent. Een koper zal zich derhalve tot de gemeente dienen te wenden om voor de onroerende zaak weer een woonbestemming te verkrijgen waarbij de gemeente een discretionaire bevoegdheid heeft.
20 januari 2022 (ECLI:NL:GHAMS:2022:310) en de Hoge Raad in zijn arrest van
21 oktober 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1526), dat IWOZ een door de Vereniging Nederlandse Gemeenten samengestelde verzameling objectgegevens en foto’s is van te koop aangeboden woningen in Nederland. De rechtbank is van oordeel dat IWOZ- gegevens van de door de taxateur gebruikte vergelijkingsobjecten niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren als bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Awb. Verweerder is daarom in beginsel niet verplicht deze gegevens over te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft hetzelfde te gelden voor bouwtekeningen van de woning en de vergelijkingsobjecten (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2024:2282).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 450.000;
- vermindert de voor de woning opgelegde aanslag ozb over het jaar 2021 tot een aanslag berekend naar een waarde van € 450.000;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening. Hierbij wordt opgemerkt dat deze termijn niet eerder aanvangt dan vier weken nadat eiseres haar bankgegevens bekend heeft gemaakt bij verweerder.
mr. E.M. Mensink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2025.