ECLI:NL:HR:2002:AF2256
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onroerende zaken rekening houdend met persoonsgebonden gedoogbeleid
Belanghebbenden hadden bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarden van hun onroerende zaken aan de A-straat 1 en 2 te Z voor de periode 1997-2000. Na bezwaar stelde het sectorhoofd financiën de waarde van A-straat 1 bij op ƒ 268.000 en handhaafde de waarde van A-straat 2. Belanghebbenden gingen in beroep bij het Hof, dat de uitspraak vernietigde en de waarden vaststelde op basis van de waardepeildatum 1 januari 1995, aanzienlijk lager dan de oorspronkelijke vaststellingen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Liemeer stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht rekening hield met het persoonsgebonden gedoogbeleid van de gemeente, dat inhoudt dat alleen belanghebbenden zelf, en niet hun rechtsopvolgers, het gebruik van de onroerende zaken overeenkomstig de feitelijke bestemming mochten voortzetten, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de waardedrukkende invloed van het bestemmingsplan zich ook uitstrekt tot de waarde van de opstallen en dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had bij het meenemen van deze factoren in de waardebepaling. Klachten over de waardering faalden, mede omdat feitelijke waarderingen in cassatie niet op juistheid kunnen worden getoetst.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het college in de proceskosten van €1288, te vergoeden aan belanghebbenden. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college wordt ongegrond verklaard en de lagere waarderingen van het hof bevestigd.