Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Inleiding
modus operandi(werkwijze) legde de politie een link tussen de gewelddadige dood van [slachtoffer 1] en andere gewelddadige overvallen die zich hadden voorgedaan in de regio West-Friesland. De politie zag overeenkomsten op het gebied van het type slachtoffers, het aantal daders, de wijze van verschaffen van toegang tot de woning, het gebruik van (extreem) geweld en vuurwapens en de buit. Naar aanleiding van meldingen bij het Team Criminele Inlichtingen en Meld Misdaad Anoniem kwamen verschillende personen in beeld als mogelijke betrokkenen bij deze overvallen. Een aantal van die personen was ook al aangemerkt als verdachte in TGO Ararat. Gezien de overeenkomsten in zowel de werkwijze als de mogelijk betrokken personen ging de politie ervan uit dat de overvallen door één dadergroep zijn gepleegd. In juli 2021 werd onder de naam Geul een overkoepelend onderzoek naar de reeks gewelddadige overvallen gestart.
Mainz
[slachtoffer 3]
[medeverdachte 3]
Oberhof
Nieuwe Niedorp
Tankstation [slachtoffer 5]
[medeverdachte 3]
Millet
[slachtoffer 7]
[verdachte]
[medeverdachte 3]
Zwenkau
[slachtoffer 9]
[verdachte]
[medeverdachte 3]
[slachtoffer 11]
[slachtoffer 12]
Ararat
[medeverdachte 3]
Willich
Noord-Scharwoude
[slachtoffer 14]
[medeverdachte 4] [verdachte]
8 augustus 2020 t/m 22 juli 2021
[verdachte]
[medeverdachte 3]
2.Tenlastelegging
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in De Goorn op
8 augustus 2020;
Feit 2 (Oberhof) – 15/025523-23- medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 4] in Nieuwe Niedorp op 9 augustus 2020; en/of
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 4] in Nieuwe Niedorp op 9 augustus 2020;
Feit 3 (Millet) – 15/025523-23- medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] in Dreumel op 30 december 2020; en/of
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] in Dreumel op
30 december 2020;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Avenhorn op 7 januari 2021;
Feit 6 (Ararat) – 15/247200-21- medeplegen van gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 1] in Berkhout op 14 juni 2021;
- medeplegen van poging tot afpersing van [slachtoffer 1] , met de dood ten gevolge, in Berkhout op 14 juni 2021;
Feit 8 (Willich) – 15/259357-22- medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 13] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021; en/of
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 13] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 14] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021.
3.3. Voorvragen
4.Beoordeling van het bewijs
Op 7 augustus 2020 rond 21:00 uur is hij via Facebook Messenger benaderd door [medeverdachte 3] met de vraag om te komen chillen met een meisje. [medeverdachte 1] heeft toen [medeverdachte 3] opgehaald bij [verdachte] thuis en samen hebben zij het meisje, [getuige 1] , opgehaald in Hoorn. [medeverdachte 1] heeft ’s avonds met [getuige 1] bij [verdachte] in de tuin gezeten. Daar waren een hoop mensen, een stuk of tien. Sommigen waren buiten de poort, anderen in het huis en anderen in de tuin. Er hing niet echt een leuke sfeer en daarom heeft hij [getuige 1] naar huis gebracht. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij daarna is doorgereden naar zijn chalet op camping [camping] in Berkhout. Hij had met [medeverdachte 3] afgesproken dat hij daar ook heen zou komen . [medeverdachte 3] had met anderen het plan gemaakt om een inbraak te plegen en heeft [medeverdachte 1] gevraagd of ze daarna weer terug mochten komen naar het chalet. Toen [medeverdachte 1] bij de camping aankwam, was [medeverdachte 3] daar al. Zij hebben een tijdje in het chalet van [medeverdachte 1] gezeten en gesproken over hetgeen zij van plan waren. Volgens [medeverdachte 1] waren ook [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [verdachte] daarbij. Op de parkeerplaats van de camping is [medeverdachte 1] in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 3] gestapt en meegereden naar De Goorn. [medeverdachte 3] heeft zijn auto in een inham voorbij de woning geparkeerd, waarna [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [verdachte] zijn uitgestapt. [medeverdachte 1] is ook uitgestapt en heeft aan één van deze mannen een breekijzer aangegeven. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [verdachte] zijn over het weiland naar de woning gelopen. [medeverdachte 3] heeft de auto doorgereden naar het toegangshek en [medeverdachte 1] heeft daar met [medeverdachte 3] staan wachten op de anderen. Ze zijn uiteindelijk samen weer naar het chalet van [medeverdachte 1] gereden. [medeverdachte 1] heeft toen gehoord dat [verdachte] had geschoten. De anderen waren daar boos over. [medeverdachte 1] heeft het een dag later aan [getuige 1] verteld.
- de reden waarom hij die avond (toch) in de auto is gestapt en is meegegaan met de medeverdachten;
- zijn wetenschap omtrent het feit dat het de woning van (goede) bekenden van zijn ex-vriendin betrof;
- de oorzaak van het aantreffen van zijn DNA-materiaal op een in de loods in Hoogwoud aangetroffen breekijzer;
- de locatie waar hij tijdens de overval heeft gestaan en/of gelopen;
- de wijze waarop zijn DNA-materiaal op de koeienriem terecht is gekomen.
memory-effect, wat een aanwijzing kan zijn dat de verzamelingen deeltjes dezelfde bron van herkomst hebben. Weliswaar heeft de deskundige ter zitting toegelicht dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat het zogenaamde memory-effect hier speelt, maar het lijkt er wel sterk op, omdat de aangetroffen verzamelingen deeltjes anders alleen kunnen worden aangetroffen in de situatie dat in alle gevallen is geschoten met eenzelfde (soort) wapen, waarmee dezelfde (soorten) munitie is geschoten en waarbij de munitie dan ook in dezelfde volgorde moet zijn verschoten.
Dit vormt in beginsel een sterke aanwijzing dat [verdachte] het vuurwapen heeft vastgehouden. [verdachte] heeft ter terechtzitting de mogelijkheid geopperd dat zijn DNA-materiaal op het vuurwapen is gekomen doordat hij wel eens een tasje aan [naam 1] heeft uitgeleend. De rechtbank is van oordeel dat de enkele suggestie van secundaire overdracht – bij gebrek aan enige concretisering en onderbouwing en mede in het licht bezien van de overige bewijsmiddelen – onvoldoende is om de sterke aanwijzing te ontzenuwen. Hierbij acht de rechtbank ook de exacte locatie van het DNA-materiaal van [verdachte] op het wapen van belang, namelijk op de binnenkant van de trommelashouder van het wapen.
a) de rechter-commissaris niet de bevoegdheid had om het stellen van bepaalde vragen door de verdediging te beletten,
b) de rechter-commissaris de vragen van de verdediging niet had mogen beletten omdat deze vragen ertoe strekten informatie te verkrijgen die van belang was voor de waardering van de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de verklaringen van de getuige.
De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.
“Inleidende vragen over voorbereiding op het getuigenverhoor bij de rechter-commissaris zal de rechter-commissaris toestaan. Inhoudelijke vragen over de verhoren van de getuige bij de politie die in het dossier zitten zal zij eveneens toestaan.
Hoewel in artikel 187b, eerste lid, Sv staat dat de rechter-commissaris kan beletten dat ‘aan een vraag gevolg wordt gegeven’ volgt de rechtbank de verdediging niet in haar standpunt dat de rechter-commissaris niet de bevoegdheid had om ‘het stellen van bepaalde vragen’ (op voorhand) te beletten. De rechtbank is van oordeel dat de opvatting van de verdediging een te formalistische benadering oplevert van de wettelijke bevoegdheden van de rechtercommissaris, die geen recht doet aan de omstandigheden in de onderhavige zaak. Uit voornoemd proces-verbaal van 23 oktober 2023 blijkt dat de verdediging de vragen die zij aan de getuige [getuige 2] wenste te stellen voorafgaand aan het verhoor aan de rechtercommissaris heeft voorgelegd. De beoordeling van de vragen door de rechtercommissaris heeft hierdoor op voorhand kunnen plaatsvinden en niet pas nadat de verdediging de vragen feitelijk aan de getuige had gesteld. Een gang van zaken waarbij de rechter-commissaris telkens zou toestaan dat de verdediging de vraag aan de getuige stelt, maar vervolgens direct de getuige belet om op die vraag antwoord te geven, is naar het oordeel van de rechtbank een nutteloze exercitie die geen enkel redelijk doel dient. Daar komt bij dat een dergelijke gang van zaken het risico met zich brengt dat de getuige na het stellen van de vraag al antwoord geeft – zij het verbaal of non-verbaal – voordat de rechtercommissaris kans ziet dit te beletten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de rechter-commissaris niet slechts kon beletten dat door de getuige gevolg werd gegeven aan een (gestelde) vraag, maar ook de bevoegdheid had om op voorhand het stellen van bepaalde vragen door de verdediging te beletten.
Kamerstukken II1992/93, 22483, 6, p. 22) en de literatuur (Corstens, Borgers & Kooijmans, Het Nederlands strafprocesrecht 2021/X.9) komt wel naar voren dat de rechter-commissaris door middel van de controle ex artikel 226c Sv dient te voorkomen dat een getuige die reeds op eigen naam in het procesdossier voorkomt, nogmaals, maar nu anoniem, een verklaring aflegt. Hiermee wordt vermeden dat ten onrechte de indruk ontstaat dat het om twee verschillende getuigen gaat. Redelijke wetsuitleg brengt dan ook mee dat de rechter-commissaris in ieder geval in het proces-verbaal melding maakt te hebben getoetst dat van dubbeltelling geen sprake is. [3]
Bewijsrechtelijke toelaatbaarheid van de verklaring van getuige XDe rechtbank is van oordeel dat het niet kunnen uitsluiten van dubbeltelling gevolgen heeft voor de bewijsrechtelijke toelaatbaarheid van de verklaring van getuige X. In geval van dubbeltelling kunnen de strafvorderlijke bewijsminimaregels worden omzeild en wordt de toetsing van de betrouwbaarheid gefrustreerd, omdat discrepanties tussen beide verklaringen niet ter discussie kunnen komen . Dit zijn bezwaren die voor de rechtbank zwaar wegen, gezien de handicaps waarmee de verdediging bij dergelijke verklaringen te maken heeft en de bijzondere motiveringsplicht die de wet (artikel 360 Sv Pro) voorschrijft bij het gebruik daarvan als bewijsmiddel. De rechtbank zal om die reden de verklaring van getuige X niet voor het bewijs gebruiken.
Ook uit de jurisprudentie van de Hoge Raad leidt de rechtbank af dat het voorkomen van de onthulling van de identiteit van een anonieme getuige en de daarmee samenhangende veiligheidsrisico’s voor die getuige redenen kunnen zijn om bepaalde vragen aan (andere) getuigen te beletten. [6]
– afhankelijk van hoeveel bewijs er tegen hem in het dossier zit – in zijn nadeel werken. Dat kan ook zo zijn als hij een verklaring over de gesprekken aflegt die niet te verifiëren is.
De rechtbank concludeert – bij gebrek aan enige concretisering en onderbouwing en mede in het licht bezien van de overige bewijsmiddelen – dat de verdachte hiermee geen aannemelijke verklaring voor of uitleg aan de inhoud en strekking van de door hem gevoerde chatgesprekken heeft gegeven. Ook de medeverdachten zijn met deze berichten geconfronteerd, maar hebben geen enigszins aannemelijke interpretatie van de chatberichten geboden.
De rechtbank merkt hierbij op dat “bang” een bijnaam van [verdachte] is en dat [medeverdachte 4] ook wel “Denna” wordt genoemd.
De berichten van [medeverdachte 4] dat het “er niet lag” en “hij het echt niet had” passen bovendien bij de uitgesproken verwachting van de overvallers dat er een ton (€ 100.000,-) in de woning van de aangevers zou moeten liggen, maar dit niet het bedrag is dat uiteindelijk is weggenomen.
– zoals hiervoor in paragrafen 4.3.1.1 en 4.3.2.2 is overwogen – de verdachte enkele maanden eerder met (enkele van) de medeverdachten twee andere gewapende overvallen heeft gepleegd.
”).
De rechtbank concludeert – bij gebrek aan enige concretisering en verifieerbare onderbouwing en mede in het licht bezien van de overige bewijsmiddelen – dat de verdachte hiermee geen aannemelijke verklaring over of uitleg heeft gegeven aan de inhoud en strekking van door hem gevoerde chatgesprekken. Ook de medeverdachten hebben geen enigszins aannemelijke verklaring voor de chatgesprekken gegeven.
21 december 2020 op zijn naam staan. Uit een vergelijking van de vluchtauto met de auto van [medeverdachte 3] , kan worden geconcludeerd dat dit dezelfde auto betreft. De rechtbank ziet steun voor die conclusie in de WhatsApp-berichten tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] van 13 december 2020. De rechtbank heeft hiervoor in het onderzoek Millet overwogen dat deze berichten gaan over het aanbetalen en het inleggen van geld voor een BMW 7-serie en een Audi A8. Bij de woningoverval in het onderzoek Millet, waarbij de verdachte ook betrokken is geweest, was sprake van het gebruik van een Audi A8 als vluchtauto. In het onderhavige onderzoek is dus gebruik gemaakt van een BMW 7-serie, te weten de BMW van [medeverdachte 3] met kenteken [kenteken 5] .
[medeverdachte 2] in de nacht van 6 op 7 januari 2021 naar Noord-HollandUit in het dossier aanwezige ARS-gegevens is op te maken dat een voertuig (Audi A2) met kenteken [kenteken 6] , op 6 januari 2021 rond 23:40 uur (dus in de uren voorafgaand aan de overval in Avenhorn) over de N242, vanaf de Omval in Alkmaar in de richting van Heerhugowaard/Broek op Langedijk rijdt. Dit voertuig stond op naam van de moeder van [medeverdachte 2] , maar werd ook door hem gebruikt. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [medeverdachte 2] die avond naar Noord-Holland is gekomen.
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het celmateriaal op de schroevendraaier niet met zekerheid als een daderspoor kan worden aangemerkt. De rechtbank acht hierbij van belang dat de overvallers tijdens de overval handschoenen droegen. Dit betekent echter niet dat de aanwezigheid van het celmateriaal op de schroevendraaier niet redengevend is voor het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte. Feit blijft immers dat celmateriaal van de verdachte is aangetroffen op een voorwerp dat is achtergebleven op de plaats van het delict. De rechtbank is van oordeel dat dit feit in beginsel een sterke aanwijzing oplevert dat de verdachte (fysiek) op de plaats van het delict aanwezig is geweest. De verdediging heeft slechts – in zeer algemene bewoordingen – de theoretische mogelijkheid van secundaire overdracht opgeworpen. De verdachte heeft ter terechtzitting niet meer verklaard dan dat zijn celmateriaal mogelijk via omgang met andere personen op de schroevendraaier terecht is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat de enkele suggestie van secundaire overdracht
– bij gebrek aan enige concretisering en onderbouwing en mede in het licht bezien van de overige bewijsmiddelen – onvoldoende is om de sterke aanwijzing voor betrokkenheid van de verdachte te ontzenuwen. Daar komt nog bij dat de bewuste schroevendraaier zeer kort voor de onderhavige overval, een week eerder, is weggenomen bij een andere overval waarbij de verdachte betrokken is geweest. De genoemde theoretische mogelijkheid van overdracht moet in dat geval in deze week hebben plaatsgevonden. De verdachte heeft niet concreet gemaakt wanneer, waar of hoe zijn DNA-materiaal in die korte periode op de schroevendraaier terecht kan zijn gekomen.
“Ma kijk wat je wilt doen
Mij nu laten vallen
Wat er ook gebeurd moet je mij door dik en dun steunen
Daarin laat je mij al zien
Ik heb niet op iemand geschoten
Gewoon daarbinnen wat schoten gelost
Vanzelfsprekend moeten we rustig blijven nu.”
Uit het vorenstaande blijkt dat [medeverdachte 2] een dag na de overval tegen zijn ex-vrouw zegt dat hij op niemand heeft geschoten, maar dat er gewoon daarbinnen wat schoten zijn gelost. Deze uitlatingen van [medeverdachte 2] passen bij hetgeen tijdens de overval heeft plaatsgevonden en passen bij het scenario dat [medeverdachte 2] één van de drie daders was die in de woning zijn binnengedrongen.
opzettelijkvan het leven (trachten te) beroven. Onder ‘opzettelijk’ wordt ook begrepen ‘voorwaardelijk opzet’ wat betekent dat voldoende is als de verdachten bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het slachtoffer van het leven zou worden beroofd.
oogmerkom het oorsprongsfeit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om – bij betrapping op heterdaad – aan zichzelf of anderen straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren. Anders verwoord: de (poging tot) doodslag wordt gepleegd met een specifiek doel.
13 juni 2021 bij de verklaring van [getuige 4] en heeft [medeverdachte 3] in afgeluisterde gesprekken tussen hem en zijn moeder en met zijn toenmalige vriendin bevestigd dat hij de auto van [getuige 4] heeft geleend.
Om 17:31 uur was [naam 1] in de omgeving van het treinstation Hoorn. Op datzelfde tijdstip maakte [medeverdachte 2] contact met een Cell-ID die ook dekking geeft aan het treinstation te Hoorn.
21 op 22 juli 2021 met [naam 8] in de woning van [verdachte] was.
still(overzichtsfoto) waarop van links naar rechts de daders 1 tot en met 5 te zien zijn (zoals te zien op p. 581 in Map ZD07). [getuige 2] heeft aangegeven iedereen te herkennen op de beelden. Zij heeft daarover gezegd dat als je met iemand omgaat, dat je diegene dan herkent. Op de overzichtsfoto herkent zij persoon 1 als zijnde [verdachte] . Persoon 2 met de schoudertas herkent zij als [medeverdachte 2] . Persoon 3 met de camouflagerugzak is volgens haar [medeverdachte 4] . Personen 4 en 5 zouden volgens [getuige 2] [naam 3] en een vriend van hem zijn. Verder heeft zij verklaard dat zij de auto die op de haar getoonde beelden de straat uitrijdt, herkent als de auto van [naam 8] .
Ondersteuning voor de verklaring van [getuige 2]Allereerst vindt de verklaring van [getuige 2] in relevante mate ondersteuning in de verklaring van [naam 8] die net als [getuige 2] aan de politie heeft verklaard dat zij één keer samen met [medeverdachte 2] bij [verdachte] en [getuige 2] thuis is geweest en dat zij toen de hele tijd samen met [getuige 2] in de woonkamer heeft gezeten. Ook heeft [naam 8] verklaard dat er die avond een groep van vier of vijf mannen in de keuken aanwezig was, waaronder [verdachte] en [medeverdachte 2] . [naam 8] heeft verklaard dat zij op de bank in slaap is gevallen en dat [medeverdachte 2] haar wakker heeft gemaakt, waarna [naam 8] en [medeverdachte 2] naar huis zijn gegaan. Volgens [naam 8] was toen alleen [verdachte] in de keuken. Zowel [naam 8] als [medeverdachte 2] hebben aan de politie verklaard dat zij samen wegrijden in de auto die om 04:50 uur wegrijdt over de Korenmolen, komende vanaf (de parkeerplaats achter) de Staartmolen. De verklaring van [naam 8] over het verloop van de avond/nacht past dus bij wat [getuige 2] hierover heeft verklaard.
Op de beelden van de [adres 17] is te zien dat persoon 1 nog steeds voorop loopt. Op deze beelden is ook te zien dat deze persoon geen gezichtsbedekking draagt, maar een muts op lijkt te hebben met een capuchon daaroverheen, zoals [getuige 2] heeft beschreven. Persoon 2, met de sporttas nu kruiselings om zijn schouder, loopt als derde de steeg in naast [adres 17] .
Vervolgens is op de beelden van de [adres 24] te zien dat de personen 1 en 2 omstreeks 04:43 uur achter elkaar aan de steeg naast [adres 17] uitkomen en vanaf de achterzijde van de Staartmolen, recht over de parkeerplaats, richting de Watermolen lopen. Persoon 2 doet tijdens het lopen de sporttas af en houdt hem in zijn hand. Uit de beelden van [adres 20] en [adres 21] volgt dat personen 1 en 2 doorlopen naar het voetpad richting [adres 22] tot en met [adres 23] . Komende vanaf dat voetpad, uit de richting van de parkeerplaats, is de tweede woning aan de rechterkant de woning van [verdachte] .
selfievan [medeverdachte 4] van 23 juli 2021, een dag na de overval. Ook passen de schoenen van persoon 3 bij de schoenen die [medeverdachte 4] eerder op de avond omstreeks 23:00 uur aan had.
organisatie’moet worden verstaan een samenwerkingsverband tussen tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur.
deelneming’aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro kan slechts dan sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
oogmerk’tot het plegen van misdrijven. Voor dat oogmerk kan ook het naaste doel van de organisatie volstaan. Het is niet vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is.
Het oogmerk hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit de bewijsvoering blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Een handelwijze zoals hiervoor geschetst vergt een planmatige aanpak, samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. Er was een duidelijke rolverdeling, die inhield dat [medeverdachte 3] zich overwegend bezig hield met het regelen van vluchtauto’s en het besturen ervan, terwijl de anderen, gekleed in donkere kleding met capuchons, bivakmutsen en/of (mond)maskers, gewapend naar binnen gingen. Daarmee is overigens niet gezegd dat [medeverdachte 3] een ten opzichte van zijn mededaders ondergeschikte rol vervulde. De rechtbank heeft bij de beoordeling van de rol van [medeverdachte 3] bij de afzonderlijke overvallen steeds toegelicht waarom [medeverdachte 3] als medepleger kan worden aangemerkt en de rechtbank ziet in hem een aan de anderen gelijkwaardige deelnemer aan de organisatie.
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen en breekijzers ter hand te nemen en
- meermalen met een breekijzer tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en
- [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- meermalen met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en
- een vuurwapen tegen haar hoofd te drukken en te houden en
- haar dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- een voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen;
- die [slachtoffer 4] (dreigend) de woorden “Ga op de grond liggen” en “Maak de kassa open” en “waar is de kluis” toe te voegen, en
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, te richten op die [slachtoffer 4] , en
- met een slof sigaretten die [slachtoffer 4] op het hoofd te slaan;
- vuurwapens en een breekijzer en een hamer ter hand te nemen en
- (daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] de woorden “Geld” en “Er moet 100.000 euro liggen” toe te voegen, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, en
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 7] vast te binden en
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken, en
- een vuurwapen, althans een voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 6] te houden en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden;
welke doodslag werd vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen van hun gading, gepleegd tegen die [slachtoffer 1]
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
welke poging tot diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- vuurwapens en een breekijzer ter hand te nemen, en
- met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen, op die [slachtoffer 13] te richten en te tonen, en
- dreigend de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van de woning van [voornaam 5] ” en “We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking en
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden;
Feit 10 (Willich) – 15/259357-22hij op 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 7] tezamen en in vereniging met anderen
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 14] ,
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.7. Motivering van de straf
- het strafblad van de verdachte, gedateerd 8 februari 2024;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 5 april 2022 van drs. J. Yntema, GZpsycholoog;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 11 april 2022 van J. van der Meer, psychiater;
- de over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportage van 3 februari 2023 van het Pieter Baan Centrum (PBC), opgesteld door I.W.J. ten Post, GZ-psycholoog, en M. Fluit, psychiater.
Bij betrokkene is sprake van een psychische stoornis in de zin van ADHD van het gecombineerde type, waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit op de voorgrond staan: betrokkene vertoont veel druk en impulsief/wisselvallig gedrag. Daarnaast zijn er, ook in het kader van ADHD, problemen op het gebied van aandacht en concentratie.De combinatie van de ADHD samen met de scheiding en separatie van ouders op jonge leeftijd leidde (mede) al vroeg tot problemen in de hechtingsrelatie, waardoor zich bij betrokkene op jonge leeftijd een hechtingsstoornis ontwikkelde, met emotionele en gedragsproblemen in de kinder- en jeugdjaren tot gevolg.
De rechtbank realiseert zich dat een dergelijke maatregel niet door de deskundigen is geadviseerd, doch naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het dossier wel de noodzaak daartoe. Op basis van de veelheid en ernst van de feiten, het strafblad en de persoon van de verdachte, oordeelt de rechtbank dat het recidiverisico op nieuwe geweldsdelicten hoog is. De verdachte is eerder voor geweldsdelicten veroordeeld en heeft onderhavige feiten gepleegd gedurende een periode waarin hij voorwaardelijk in vrijheid was gesteld, hetgeen hem niet van het plegen van de overvallen heeft weerhouden. Ook na het vallen van een dodelijk slachtoffer is de verdachte doorgegaan en de verdachte heeft tot op heden geen enkele wroeging of berouw getoond. Hij blijft zijn betrokkenheid ontkennen en legt alle verantwoordelijkheid buiten zichzelf. Tot slot is bij de verdachte sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met kenmerken als roekeloosheid en constante onverantwoordelijkheid. Ook beschikt de verdachte over weinig remming op zijn impulsiviteit en heeft hij een zwakke zelfregulering. Nu geen behandeling is geïndiceerd en dus ook niet aan de verdachte wordt opgelegd, dient er rekening mee te worden gehouden dat het recidiverisico ook na het uitzitten van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf (nog) niet tot een aanvaardbaar risico is teruggedrongen. De rechtbank acht het daarom aangewezen dat de verdachte langdurig onder toezicht wordt gesteld. Hierdoor kan de rechtbank, nadat de gevangenisstraf is uitgezeten, op vordering van de officier van justitie en na beoordeling van de op dat moment actuele situatie, de tenuitvoerlegging van de GVM bevelen en de inhoud en de duur daarvan bepalen (artikel 6:6:23b Sv).
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
De gestelde schade bestaat uit € 5.988,45 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade.
De materiële schade bestaat uit de volgende vijf posten:
- weggenomen geldbedrag € 3.000,00;
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem € 1.174,00;
- abonnementskosten alarmsysteem € 1.581,45;
- beredderingskosten € 120,00.
Standpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit is bepleit.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de beredderingskosten maar bij één van de benadeelde partijen ( [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] ) kan worden toegewezen. De verdediging heeft de hoogte van de immateriële schade betwist.
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem (minus 21% BTW) € 970,25;
- abonnementskosten alarmsysteem (minus 21% BTW) € 1.306,98;
Uit de toelichting op de vordering blijkt dat de overval grote impact heeft gehad op [slachtoffer 2] . Hij was maandenlang zeer emotioneel waardoor ook zijn relatie onder druk kwam te staan. Hij heeft maandenlang slecht geslapen. Sinds de overval slaapt hij met een dwarsbalk aan de binnenzijde van zijn slaapkamerdeur. Omdat hij zich niet meer veilig voelde op zijn eigen erf en in zijn eigen woning, heeft hij zijn dieren verkocht en een ander huis aangekocht. Hij heeft twee keer EMDR-therapie gehad vanwege PTSS-klachten, maar dit heeft hem niet geholpen.
De wettelijke rente over de abonnementskosten van het alarmsysteem ter hoogte van € 1.306,98 is verschuldigd vanaf 1 december 2021. De abonnementskosten worden gevorderd vanaf september 2020 tot en met februari 2023 en de rechtbank gaat daarom uit van een datum die in het midden ligt van deze periode.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
HoofdelijkheidDaarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de beredderingskosten maar bij één van de benadeelde partijen ( [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] ) kan worden toegewezen. De verdediging heeft de hoogte van de immateriële schade betwist.
HoofdelijkheidDaarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Standpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit is bepleit.
Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
€ 2.728,90 ingediend tegen de verdachten wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de vordering niet is onderbouwd, wat tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden.
Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht de hoogte van de schade te schatten.
Oordeel van de rechtbankMateriële schade
€ 51.912,56 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
- gestolen goederen € 29.582,30
De materiële schade is verminderd met een uitkering van de verzekering ter hoogte van
€ 8.919,74.
Subsidiair heeft de verdediging de vordering betwist. Aangevoerd is dat geen sprake is van rechtstreekse schade ten aanzien van de goederen die in de aangifte noch in de tenlastelegging zijn vermeld, wat tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden. Dit geldt ook ten aanzien van het geldbedrag voor zover meer is gevorderd dan ten laste is gelegd.
Meer subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat in de vordering ten onrechte geen rekening is gehouden met waardevermindering (afschrijving). In dit verband heeft de verdediging de rechtbank verzocht gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.
De verdediging heeft ten aanzien van het horloge van het merk Corum Bubble (nummer 30) verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De verdediging heeft de actuele waarde van het horloge betwist.
7. Oorbellen Zilveren creolen € 55,00
8. Oorbellen Ti Sento € 59,00
18. Zonnebril Ray Ban € 150,00
19. Zonnebril Ray Ban € 150,00
20. Zonnebril Ray Ban € 150,00
21. Zonnebril Ray Ban € 150,00
22. Zonnebril Ray Ban € 150,00
23. Zonnebril Ray Ban € 150,00
30. Horloge Corum Royal Flush € 3.900,00
31. Moët champagne € 399,00
32. 2x Piper Heidsick (champagne) € 150,00
34. Audi A8 € 19.500,00.
Immateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW Pro ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 6] geen lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
Subsidiair heeft de verdediging de hoogte van de immateriële schade betwist.
De rechtbank komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.000,00 billijk voor.
Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
De gestelde schade bestaat uit € 3.888,24 aan materiële schade en € 40.500,00 aan immateriële schade. De materiële schade is in het verzoek tot schadevergoeding gesplitst in twee onderdelen: de helft van de gezamenlijke schade van [slachtoffer 8] en zijn partner [slachtoffer 9] ter hoogte van € 2.238,24 en zijn “eigen” materiële schade ter hoogte van € 1.650,00.
Subsidiair heeft de verdediging de vordering op alle posten betwist “opdat de rechtbank zelfstandig kan beslissen”. De verdediging heeft de hoogte van de immateriële schade betwist en heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de affectieschade en schokschade.
a. kosten beveiliging woning € 2.031,05;
De andere helft zal worden toegewezen aan [slachtoffer 9] (zie verder in dit vonnis).
d. portemonnee € 45,00;
6 maart 2024, die ter onderbouwing is overgelegd, op naam is gesteld van [slachtoffer 9] . De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan een afdoende onderbouwing daarvan.
Immateriële schade
Er is sprake van een gewapende overval, waarbij drie gemaskerde mannen midden in de nacht met wapens de slaapkamer van [slachtoffer 8] zijn binnengedrongen. Hij is met de overvallers in gevecht geraakt, waarbij hij in het gezicht is geslagen en met een hard voorwerp (mogelijk een lamp) een klap op zijn achterhoofd heeft gekregen. Zijn partner [slachtoffer 9] is door een van de daders in haar hals geschoten. [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] zijn naar het ziekenhuis vervoerd, waar [slachtoffer 8] onder meer een CT-scan heeft gehad. [slachtoffer 8] heeft bloeduitstortingen op zijn lichaam en in zijn gezicht opgelopen en twee hoofdwonden op zijn achterhoofd.
De rechtbank stelt vast dat onvoldoende gebleken is dat bij [slachtoffer 8] sprake is van geestelijk letsel dat is veroorzaakt door de confrontatie met de (gevolgen van de) onrechtmatige daad die is gepleegd jegens zijn partner [slachtoffer 9] . Er is sprake van een woningoverval waarbij de daders ook geweld op [slachtoffer 8] hebben uitgeoefend. Uit de verwijsbrief van de huisarts van 12 januari 2024 in combinatie met de informatie van de therapeut blijkt dat de PTSS-kenmerken bij [slachtoffer 8] verband houden met de overval
an sich.Uit die stukken blijkt niet dat er geestelijk letsel bij [slachtoffer 8] is ontstaan als gevolg van de emotionele schok door de confrontatie met het geweld tegen [slachtoffer 9] of het letsel dat [slachtoffer 9] heeft opgelopen. Met het letsel dat is ontstaan bij [slachtoffer 8] is al rekening gehouden bij de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding dat aan hem is toegekend. De rechtbank zal daarom de gevorderde schokschade afwijzen.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De rechtbank zoekt hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 10 april 2021, de datum van afschrijving door de verzekeraar.
De wettelijke rente over de inkomstenderving van € 1.140,00 is verschuldigd vanaf 25 januari 2021. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum waarop [slachtoffer 8] weer is gaan werken.
De wettelijke rente over de medische kosten van € 40,00 is verschuldigd vanaf
19 januari 2024. Uit de factuur blijkt immers dat deze toen al was voldaan.
Over het resterende bedrag ter hoogte van € 27.769,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
Subsidiair heeft de verdediging de vordering op alle posten betwist “opdat de rechtbank zelfstandig kan beslissen”. Aangevoerd is ook dat niet is gebleken dat daadwerkelijk kosten zijn gemaakt voor het inschakelen van hulp voor de verzorging van het paard, wat tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden. De verdediging heeft de hoogte van de immateriële schade betwist en verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de affectieschade.
De hiervoor genoemde medische kosten ad € 1.201,98 zijn daarbij als volgt opgebouwd:
- eigen bijdrage verzekering over 2022 € 166,98;
- kosten EMDR-behandelingen € 650,00.
De rechtbank komt gelet op de aard en ernst van de overval, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 25.000,00 billijk voor. Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2021 ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 23 april 2021, de datum van betaling aan de verzekeraar.
De wettelijke rente over de kosten van de EMDR-sessies van € 650,00 is verschuldigd vanaf 1 september 2022. De sessies zijn gevolgd gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
29 (negenentwintig) jaren en 175 (honderdvijfenzeventig) dagen.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 15.510,23(zegge: vijftienduizend vijfhonderd tien euro en drieëntwintig eurocent), bestaande uit € 5.510,23 als vergoeding voor de materiële schade en € 10.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 15.510,23(zegge: vijftienduizend vijfhonderd tien euro en drieëntwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000,00(zegge: vijfduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.000,00(zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,00(zegge: tweeduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 2.000,00(zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Tankstation [slachtoffer 5]geleden schade tot een bedrag van
€ 500,00(zegge: vijfhonderd euro), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Tankstation [slachtoffer 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer Tankstation [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 500,00(zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 35.131,13(zegge: vijfendertigduizend honderd eenendertig euro en dertien eurocent), bestaande uit € 30.131,13 als vergoeding voor de materiële schade en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 35.131,13(zegge: vijfendertigduizend honderd eenendertig euro en dertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 102 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 7]geleden schade tot een bedrag van
€ 7.000,00(zegge: zevenduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 7.000,00(zegge: zevenduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
[slachtoffer 8]geleden schade tot een bedrag van
€ 31.021,32(zegge: eenendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig eurocent), bestaande uit € 3.521,32 als vergoeding voor de materiële schade en € 27.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 8] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 31.021,32(zegge: eenendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 91 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 9]geleden schade tot een bedrag van
€ 29.004,09(zegge: negenentwintigduizend vier euro en negen eurocent), bestaande uit € 4.004,09 als vergoeding voor de materiële schade en € 25.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 9] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
- over een bedrag van € 399,00 vanaf 27 februari 2023,
- over een bedrag van € 145,00 vanaf 1 juli 2023,
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 29.004,09(zegge: negenentwintigduizend vier euro en negen eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten
een poging tot afpersing in vereniging en/of een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen van zijn/hun gading, gepleegd tegen die [slachtoffer 1]
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
2.hij op of omstreeks 14 juni 2021 te Berkhout, (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen de woning van die [slachtoffer 1] door middel van braak en/of verbreking tegen de wil van die [slachtoffer 1] heeft/hebben betreden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden
en/of
hij op of omstreeks 14 juni 2021 te Berkhout, (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn/haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand heeft genomen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
15/150320-22hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te De Goorn, gemeente Koggenland (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
een envelop (met daarin een geldbedrag ter hoogte van 3000,- euro) en/of een of meerdere telefoon(s) en/of een of meerdere sleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen en/of
- meermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en/of
- meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (meermalen) (met een vuurwapen) op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en/of
- die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen haar hoofd te drukken en/of te houden en/of
- (daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in/tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en/of
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen
en/of
hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te De Goorn, gemeente Koggenland (omstreeks 03:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een envelop (met daarin een geldbedrag ter hoogte van 3000,- euro) en/of een of meerdere telefoon(s) en/of een of meerdere sleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren),
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) door
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen en/of
- meermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en/of
- meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (meermalen) (met een vuurwapen) op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en/of
- die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen haar hoofd te drukken en/of te houden en/of
- (daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in/tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en/of
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen;
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 13] te richten en/of te tonen, en/of
- (daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [voornaam 5] " en/of "We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden
hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04:32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 13] heeft gedwongen tot de afgifte van sleutel en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een telefoon en/of een breekijzer, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 13] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) door
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 13] te richten en/of te tonen, en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 13] (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [voornaam 5] " en/of "We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden;
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en/of een diefstal met geweld in vereniging (strafbaar gesteld in (de) artikel(en) 317, 312 lid 1 jo lid 2 jo 310 van het Wetboek van Strafrecht),
welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
3.hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04:32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een portemonnee (met inhoud) en/of een usb stick, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenenwelke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 14] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- (met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 14] te schieten en/of- die [slachtoffer 14] om/bij de keel vast te pakken en/of vast te houdenten gevolge waarvan die [slachtoffer 14] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomenen/ofhij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04:32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 14] heeft gedwongen tot de afgifte van portemonnee (met inhoud) en/of een usb stick, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 14] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)door- (met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 14] te schieten en/of- die [slachtoffer 14] om/bij de keel vast te pakken en/of vast te houdenten gevolge waarvan die [slachtoffer 14] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen;15/025523-231.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 08 augustus 2020 tot en met 22 juli 2021 te De Goorn en/of Nieuwe Niedorp en/of Dreumel en/of Avenhorn en/of Berkhout en/of Langedijk en/of Hoogwoud , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten het plegen van overvallen (artikel 312/317 Wetboek van Strafrecht);2.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Nieuwe Niedorp tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag en/of sigaretten en/of een kassalade (met inhoud), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Tankstation “ [slachtoffer 5] ”, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
- die [slachtoffer 4] (dreigend) de woorden “Ga op de grond liggen” en/of “Maak de kassa open” en/of “waar is de kluis” toe te voegen, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- (daarbij) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, te richten op en/of te tonen aan die [slachtoffer 4] , en/of
- (met een slof sigaretten) die [slachtoffer 4] op/tegen het hoofd te slaan
- (dreigend) de woorden “Ga op de grond liggen” en/of “Maak de kassa open” en/of “waar is de kluis” toe te voegen, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- (daarbij) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, te richten op en/of te tonen aan die [slachtoffer 4] , en/of
- (met een slof sigaretten) die [slachtoffer 4] op/tegen het hoofd te slaan;
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) en/of hamer(s) ter hand te nemen en/of
- (daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] de woorden "Geld" en/of "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke
(dreigende) aard en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 7] vast te binden en/of
- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en/of
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en/of
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 6] te drukken en/of te houden en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) en/of hamer(s) ter hand te nemen en/of
- (daarbij) tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] dreigend de woorden "Geld" en/of "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 7] van vast te binden en/of
- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en/of
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en/of
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken, en/of
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 6] te drukken en/of te houden en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden;
5.hij op of omstreeks 7 januari 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland (omstreeks 01.35 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan/op [adres 5] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een geldbedrag en/of een portemonnee (met inhoud) en/of (een) (auto)sleutel(s) en/of sigaretten en/of een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om zich dat/die goed(eren) wederrechtelijk toe te eigenen,
- een of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en/of
- die [slachtoffer 8] om/bij de keel vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te richten en/of te tonen, en/of
- meermalen (met een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 8] te slaan en/of
- (daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en/of "Ga je geld halen achter" en/of "Schiet hem dood" en/of "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met kracht op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 9] te duwen en/of
- (met een vuurwapen) op en/of in de richting van de keel/hals, althans lichaam, van die [slachtoffer 9] te schieten
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.
- een of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en/of
- die [slachtoffer 8] om/bij de keel vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te richten en/of te tonen, en/of
- meermalen (met een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 8] te slaan en/of
- (daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en/of "Ga je geld halen achter" en/of "Schiet hem dood" en/of "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met kracht op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 9] te duwen en/of
- (met een vuurwapen) op en/of in de richting van de keel/hals, althans lichaam, van die [slachtoffer 9] te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.