Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 december 2022 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaats 1] ), eiser
Procesverloop
Feiten
“5. Fiscale resultatenrekening
€ 28.502
€ 22.551
€ 23.730
Het geschil
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk kader
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ten aanzien van de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 en de daarbij opgelegde vergrijpboete gegrond;
- verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2015 en de daarbij opgelegde vergrijpboete gegrond, maar uitsluitend voor zover dit de vergrijpboete betreft;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 53.973 en een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.551, bepaalt dat de belastingrente dienovereenkomstig verminderd wordt, en vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 3.027;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover dit de bij de aanslag IB/PVV 2015 opgelegde vergrijpboete betreft en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vergrijpboete 2015 tot een bedrag van € 3.622;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518;
- gelast verweerder het griffierecht van € 49 te vergoeden aan eiser.