Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
465.000,00(2 leningen).
€ 1.088.085+
Rechtbank Noord-Holland
Eiser werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010, inclusief een vergrijpboete en heffingsrente. De Belastingdienst baseerde deze aanslag mede op een strafrechtelijk vonnis waarin eiser veroordeeld werd voor witwassen en waarbij aanzienlijke bedragen op bankrekeningen en bezittingen werden betrokken.
De kern van het geschil betrof de vraag of de navorderingstermijn verlengd kon worden met de periode waarvoor uitstel voor het indienen van de aangifte was verleend, terwijl de aangifte al ruim vóór het verzoek tot uitstel was ingediend. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de rechtbank Noord-Nederland en oordeelde dat een dergelijke verlenging niet mogelijk is als de aangifte eerder was ontvangen dan het uitstelverzoek.
Verder werd beoordeeld of verweerder bekend was met meer inkomsten dan aangegeven en of eiser te kwader trouw was. De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslag buiten de termijn was opgelegd en vernietigde deze, inclusief de boete en heffingsrente. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010 wordt vernietigd wegens overschrijding van de navorderingstermijn, met vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan eiser.