ECLI:NL:RBNHO:2017:4565
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afstand van rechtsmiddelen tegen navorderingsaanslag in vaststellingsovereenkomst
Eiseres heeft een navorderingsaanslag IB/PVV 2008 ontvangen naar aanleiding van niet aangegeven buitenlandse vermogensbestanddelen op Zwitserse bankrekeningen over de jaren 2002 tot en met 2012. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen het totaalbedrag van de navordering in één aanslag over 2008 te verwerken, met de uitdrukkelijke afspraak dat tegen deze aanslag geen bezwaar of beroep zou worden aangetekend.
Eiseres stelde dat de navorderingsaanslag niet met de vereiste voortvarendheid was opgelegd en vorderde vernietiging van de aanslag. Verweerder betoogde dat eiseres met de vaststellingsovereenkomst afstand had gedaan van haar recht op bezwaar en beroep, ook met betrekking tot de voortvarendheidseis. De rechtbank hanteerde de Haviltexmaatstaf voor de uitleg van de overeenkomst en concludeerde dat de afspraak tot afstand van rechtsmiddelen ongeclausuleerd was en ook een beroep op de voortvarendheidseis uitsloot.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de navorderingsaanslag binnen de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar was opgelegd, mede door uitstel verleend aan eiseres. Hierdoor was de voortvarendheidseis niet van toepassing. De standstill-bepaling van het VWEU behoefde geen behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten toe aan partijen.
Deze uitspraak bevestigt dat een vaststellingsovereenkomst rechtsmiddelen kan uitsluiten, ook voor procedurele gronden zoals de voortvarendheidseis, mits dit uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is overeengekomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van rechtsmiddelen.