Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 15 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een voorwaardelijk incidenteel verzoek;
- akte vermindering van eis, tevens houdende conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3 De feiten
4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en het verzoek in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [A] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van de overeenkomst van 26 januari 2000 met contractnummer [contractnummer] , voorzien van de tekst “Adviseur:
ATP [nummer] – [bedrijfsnaam] ”en een stempel met de tekst:
“ [bedrijfsnaam] [.] [B] (…)”,
- een kopie van een visitekaartje, voorzien van het logo van de tussenpersoon, waarop vermeld staat:
“ [B] Financieel Adviseur(…)”.
€ 144,00