In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen eiseres, een B.V. uit [plaats], en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente]. De heffingsambtenaar had op 29 februari 2024 een aanslag Rioolheffing opgelegd voor een object in [plaats]. Eiseres ging tegen deze aanslag in bezwaar, maar de heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar op 7 oktober 2024 ongegrond. Hierop heeft eiseres beroep ingesteld, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk ongegrond was. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres geen concrete beroepsgronden had ingediend en dat de ingediende stukken van de gemachtigde van eiseres niet specifiek genoeg waren om de aanslag te betwisten. De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere keren verzocht om zaakspecifieke gronden, maar deze zijn niet geleverd. De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht is opgelegd en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat de redelijke termijn niet is overschreden. De uitspraak is openbaar gedaan en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.