ECLI:NL:RBMNE:2023:1259
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardebeschikking en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres, een professionele vastgoedverhuurder, betwistte de WOZ-waardes van negen onroerende zaken in de gemeente, vastgesteld per 1 januari 2019. De heffingsambtenaar handhaafde de waardes na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waardes niet te hoog waren vastgesteld, mede op basis van taxatiematrices en marktgegevens.
Eiseres trok het beroep gedeeltelijk in en voerde diverse inhoudelijke bezwaren aan, waaronder de waardering van buitenruimtes en verschillen in referentieobjecten. De rechtbank verwierp deze standpunten vanwege onvoldoende onderbouwing en het late tijdstip van indiening, waarbij tevens de goede procesorde werd bewaakt.
Daarnaast werd een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn behandeld. De rechtbank constateerde een overschrijding van bijna twaalf maanden, deels toe te rekenen aan de heffingsambtenaar en deels aan de rechtbank zelf. Gezien het zakelijke karakter van eiseres werd een beperkte vergoeding van € 50 per half jaar passend geacht, wat resulteerde in een totale schadevergoeding van € 100, verdeeld tussen de heffingsambtenaar (€ 75) en de Staat (€ 25).
Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen, aangezien het beroep ongegrond was en geen sprake was van kennelijk onredelijk procesgedrag. De rechtbank benadrukte het belang van een goede procesorde en wees een proceskostenveroordeling ten laste van eiseres af.
De uitspraak werd gedaan door rechter K. de Meulder en uitgesproken op 23 maart 2023.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard; beperkte schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn; proceskostenveroordeling afgewezen.