Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2024 in de zaak tussen
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
Beoordelingskader
€ 75,- per bezwaardossier, per object, voor het inhuren van een extern persoon die specifiek zaken van deze gemachtigde behandelt. Haar uurvergoeding bedraagt € 75,-. Daarbij wijst de heffingsambtenaar op uitspraken van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag over het procedeergedrag van gemachtigde. Hoewel de gemachtigde van eiser in de fase voor het onderzoek ter zitting op bedroevende wijze procedeert ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat sprake is van misbruik van procesrecht. Ook anderszins is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van eiser of gemachtigde. De rechtbank verwijst naar uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [7] en van de meervoudige kamer van deze rechtbank [8] . De rechtbank wijst dit verzoek af.
€ 500,- per half jaar.
€ 875,- x 0,25 = € 218,75 toegekend. De proceskosten komen voor de rekening van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar moet € 218,75 aan eiseres vergoeden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.000,-;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2024.