ECLI:NL:GHLEE:2002:AF1499
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling onroerende zaak voor WOZ-waarde per 1 januari 1999
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een vrijstaande woonboerderij, per 1 januari 1999. De waarde was vastgesteld op ƒ 753.000 en gehandhaafd door het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente. Belanghebbende voerde aan dat de waarde te hoog was en wees op onder meer asbesthoudende beplating en slechte bereikbaarheid.
Het hof overwoog dat de waarde volgens de Wet waardering onroerende zaken moet worden bepaald op de marktwaarde per peildatum, rekening houdend met de staat van de woning. De taxatie door een gediplomeerd WOZ-taxateur en de gebruikte referentieobjecten werden als voldoende onderbouwing gezien. De bezwaren over asbest en bereikbaarheid werden gemotiveerd bestreden en onvoldoende aannemelijk geacht.
Ook werd overwogen dat de stijging ten opzichte van de vorige periode niet relevant is voor de waardering, aangezien de wet een herziening na maximaal vijf jaar voorschrijft. Het hof vond geen schending van bestuursrechtelijke beginselen en zag geen reden om de waarde te verlagen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van ƒ 753.000 per 1 januari 1999 wordt ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.