ECLI:NL:RBMNE:2017:6657
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en woonplaats
Eiser ontving bijstand vanaf 2005 en kreeg deze over twee periodes ingetrokken: van 2007 tot 31 juli 2014 wegens gezamenlijke huishouding met moeder van zijn kinderen, en vanaf 1 augustus 2015 wegens verblijf buiten het uitkeringsadres. Tevens werd een aanvraag afgewezen vanwege het niet verschijnen op uitnodigingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn ex-partner gedurende de eerste periode hun hoofdverblijf op hetzelfde adres hadden, ondanks afzonderlijke inschrijvingen, ondersteund door verklaringen en waarnemingen. Over de tweede periode stelde de rechtbank vast dat eiser zijn hoofdverblijf had verplaatst naar de woning van zijn ex-partner in een andere gemeente, wat eiser niet had gemeld.
De terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand werd gegrond verklaard, omdat eiser geen dringende redenen aannemelijk maakte om hiervan af te zien. De afwijzing van de aanvraag wegens niet verschijnen op uitnodigingen werd eveneens bevestigd. Alle beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de intrekking en afwijzing van de bijstandsuitkering.