Eiser ontving sinds 2009 een Wia-uitkering. Na een fraudemelding in 2016 over een hennepkwekerij in zijn woning, stelde het UWV vast dat eiser inkomsten uit hennepteelt had genoten en herzag de uitkering over de periode november 2014 tot juni 2016. Tevens legde het UWV een boete op wegens schending van de informatieplicht en stelde de aflossingscapaciteit vast.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze besluiten. Uit het strafrechtelijke dossier bleek dat op 22 juni 2016 een hennepkwekerij met 260 planten en hennepgerelateerde goederen was aangetroffen. De politie berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op €116.538,- gebaseerd op zes oogsten vanaf 2015. Eiser beriep zich op het zwijgrecht en ontkende inkomsten uit arbeid.
De rechtbank stelde vast dat de ontnemingsvordering tegen eiser was afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat hij voordeel had genoten van de hennepteelt vóór 2016. De bestuursrechtelijke bewijsmaatstaf is niet wezenlijk anders dan in de strafzaak. Het UWV mocht daarom niet uitgaan van het door de politie berekende voordeel over zes oogsten. De rechtbank vernietigde de besluiten, herroept de boete en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.